John Wesley werd geboren op 17 juni 1703, vijftiende kind van Samuel Wesley, een predikant in het Engelse Epworth, en Suzanna Wesley, een strenge, maar vrome moeder.
|
|
2003 |
| © Copyright: Klik op de illustraties om hun oorsprong te vinden |
John Wesley werd geboren op 17 juni 1703, vijftiende kind van Samuel Wesley, een predikant in het Engelse Epworth, en Suzanna Wesley, een strenge, maar vrome moeder. De kinderen werden door haar opgevoed en geschoold, en leerden lezen in de Bijbel. Zowel Suzanna's strikte pedagogische principes (1) als haar diep geloof en vertrouwen in God gingen een diepe invloed uitoefenen op John's later leven en geloofsbelevenis.
![]() |
Toen John vijf jaar oud was, schoot het huis van de Wesleys in brand. Waarschijnlijk werd de brand gesticht door dorpelingen, die het oneens waren met Samuel's prediking en politiek. Het gezin vluchtte het huis uit, maar John sliep in een kamertje boven, en toen hij wakker werd, stond de trap al in de vlammen. Pas op het laatste nippertje werd hij door buren via het venster naar beneden gehaald. Deze ervaring speelde in Wesley's leven een doorslaggevende rol. Hij beschreef zichzelf als "een brandhout uit het vuur gerukt" (Zach. 3:2, Amos 4:11), en zag de gebeurtenis als een metafoor voor de Christen, die door Christus' genade aan de vlammen van de hel kon ontsnappen. Hij leefde ook verder in de overtuiging, dat God hem gered had, om voor Hem een bepaalde taak te vervullen. De tekst "a brand plucked from the fire" kwam op zijn graf (2) te staan. |
John ging studeren om, de familietraditie getrouw, predikant te worden.
In 1720 ging hij naar Oxford, waar hij weigerde deel te nemen aan het losbandige studentenleven. Afgestudeerd in 1724, werd hij in 1725 als predikant ingezegend. In 1926 werd hij fellow (lid) van Lincoln College, met een leeropdracht in het Grieks. Met een paar studiegenoten, waaronder zijn broer Charles, stichtte hij de "Holy Club" om, in zijn eigen woorden, een "volledig Christen" te worden. Leden van de Holy Club legden zichzelf een strikte levens- en geloofsdiscipline op -- een leven van Bijbelstudie, gebed, vasten en bezinning, maar ook een actief engagement, m.n. tegenover armen en gevangenen. Het is deze vrome levensstijl die, voor het eerst, als "Methodistisch" bestempeld werd.
Uit deze periode dateert John Wesley's programmatische prediking, "The Circumcision of the Heart", waarin hij het leven van de Christen definieert als een diepe, persoonlijke aanvaarding van Gods openbaring, Zijn genade en liefde, die de Christen ertoe aanzet, een leven te leiden van "holiness": een leven geheel aan God gewijd in zondeloosheid, nederigheid, gehoorzaamheid, geloof, hoop en (in de dagelijkse praktijk) naastenliefde.
![]() |
![]() |
De Society for the Propagation of the Gospel zond John en Charles naar Georgia, in Amerika, om er enerzijds het geestelijk welzijn van de Amerikaanse kolonisten te bevorderen, en anderzijds de Indianen tot Christus te bekeren. Maar dit project werd voor Wesley een fiasco, zowel op persoonlijk als geestelijk vlak. Enerzijds kreeg hij, om allerlei persoonlijke redenen, ruzie met sommige kolonisten, en anderzijds voelde hij zichzelf niet stevig genoeg in het geloof, om met de bekering van anderen aan te vangen. "Ik ging naar Amerika om de Indianen te bekeren", schreef hij. "Maar O, wie zal mijzelf bekeren?" Hij bleef zoeken naar vrede met God in zijn hart.
Toch zou de reis naar Amerika zijn vruchten afwerpen. Op de boot naar Amerika ontmoette John een groep Moravische Broeders, en kwam zeer onder de indruk van het vertrouwen in God, dat zij tijdens een hevige storm vertoonden. Hij nam deel aan hun bezinnings- en zangstonden, en ontdekte, dat hij Jezus Christus weliswaar kende, maar nog niet echt als zijn persoonlijke Heiland aanvaard had. Hij bleef zoeken.
Het antwoord kwam pas na zijn terugkeer in Londen. Op 24 Mei 1738 woonde John in Aldersgate Street een bijeenkomst bij, waar uit Luthers commentaar op Paulus' Brief aan de Romeinen werd voorgelezen. Plots sloegen de woorden in, en Wesley voelde "een vreemde warmte in zijn hart: God had er een vuur aangestoken, dat nooit meer gedoofd zou worden. (3) " Plots ontving hij de overtuiging, dat hij, persoonlijk, door Christus gered was, en dat dit voorrecht, Gods genade, voor allen openstond. Met zijn broer Charles, die een paar dagen tevoren een gelijksoortige ervaring was ondergaan, bracht hij zijn bekering onder woorden in het gezang "Where shall my wondering soul begin?", waarin vers 5 (4) het duidelijk maakt, dat Gods genade voor alle zondaars toegankelijk is. En onmiddellijk voelde John zich geroepen, dit woord van genade aan allen te verspreiden -- vooral aan diegenen, die in het Engeland van toen liefdeloos naar de zelfkant van de maatschappij werden verdrongen, en wiens leven weinig waarde had.
![]() |
![]() |
![]() |
De 18e eeuwse Engelse maatschappij verkeerde in een erbarmelijke staat. Als resultaat van de politiek der Enclosures (de groepering van landbouw-, graas- en gemeenschapsgronden in grote eigendommen ten bate van de grote grondbezitters) vluchtten veel plattelanders naar de steden, in de hoop er gemakkelijk werk te vinden. Niet zelden vielen zij ten prooi aan de exploitatie, die samenging met de eerste tekenen van de industrialisatie en massaproductie: urenlange arbeid voor mannen, vrouwen en kinderen in de mijnen of in sweatshops zonder licht, lucht of veiligheid, en dat alles voor een hongerloon, dat dikwijls in de kroeg verdween. Huisvesting in klamme, koude kelderwoningen, zonder verwarming of hygiëne. Alcoholisme en prostitutie, moord en diefstal waren er schering en inslag. Tezelfdertijd leefden de bevoorrechte klassen in (betrekkelijke) luxe en comfort. De meeste kerken verspreidden een conservatieve boodschap zonder sociaal engagement, en verwierpen armoede hetzij als het resultaat van luiheid, hetzij als een bestemming van Gods wil, volgens dewelke eenieder zijn plaats op de sociale ladder kreeg toegewezen ("The rich man in his castle, The poor man at his gate, [God] made them, high or lowly, And ordered their estate"). Een inspanning om aan dit lot te ontsnappen werd aldus een vorm van verzet tegen Gods beleid. Rechtspraak bevoorrechtte het eigendom en bezit van de gegoede klassen.
John Wesley ging uit, o.a. van Lukas 4:18 (Jesaja 61:1-2): "De Geest des Heren is op mij daarom, dat Hij mij gezalfd heeft, om aan armen het evangelie te brengen", en bracht aan deze verworpenen de boodschap van de liefde en genade Gods, die voor allen toegankelijk was -- niet slechts voor een elite van bevoorrechten of uitverkorenen. In dit opzicht was zijn theologie meer Arminiaans (Remonstrants) dan Calvinistisch. Het idee van predestinatie stuitte hem tegen de borst: hij verklaarde, dat Gods genade vrij was voor al wie zijn staat van zonde erkende en Christus' zoenoffer aanvaardde -- dat genade niet door goede werken of goed gedrag "verdiend" kon worden -- maar dat men wel, door slecht gedrag, die genade de rug kon toekeren en "kwijtraken". De ontvangst van Gods genade hield dus een zware verantwoordelijkheid in (Responsible Grace), alsook een moraal. Wesley zag als zijn levenstaak, "ons land en onze kerk te hervormen, en doorheen ons land Bijbelse heiligheid te verspreiden".
Wesley's boodschap van de gelijkheid van allen voor God werd door de adel, de bevoorrechte klassen en zelfs de officiële kerk ervaren als een subversieve en revolutionaire houding, die de autoriteit en voorrechten van het Establishment zou kunnen aantasten. Alsmaar vaker werden de deuren en kansels van de kerken voor Wesley gesloten.
Maar Wesley wist deze beproeving in een zegen om te vormen: Hij ging de mensen, die hem het meest nodig hadden, dààr opzoeken, waar ze te vinden waren: in de velden, op de marktplaatsen en dorpspleinen, in de achterbuurten en herbergen. En daar bereikte hij een publiek, dat een werkelijke behoefte had aan een boodschap van liefde en genade, maar dat nooit een kerk zou zijn binnengestapt om er een antwoord te zoeken op zijn diepste levensvragen.
Het is deze benadering -- een welkome boodschap, die voor allen een belofte inhield, zowel in het heden als in het hiernamaals, en verspreid via media, dat inslag vonden bij het publiek -- die het enorme succes van Wesley's evangelisatiecampagne kan uitleggen.
In zijn eenvoudigste vorm -- het is bijna een karikatuur -- Was de inhoud van Wesley's boodschap: kies tussen leven en dood, tussen goed en kwaad, tussen hemel en hel. Erken je staat van zonde, bekeer je, en aanvaard Gods liefde en genade. Want Gods genade is voor allen toegankelijk ("For all my Lord was crucified, for all, for all my Saviour died") . Leid voortaan een leven, waardoor je deze genade kunt behouden. Een leven, dat Gods liefde weerspiegelt, en dat je voor verdere zonde behoedt.
Aanvankelijk waren er mensen, wiens bekering voornamelijk door vrees van de hel werd gemotiveerd. En sommige predikers gaven overdreven beschrijvingen van de beproevingen en verschrikkingen, die de zondaar in het hiernamaals te wachten stonden. Maar Wesley bood hen meer, dan een belofte van rust en geluk in het hiernamaals. Eerst en vooral, een boodschap van liefde. (Een statistische studie van Wesley's taalgebruik toont aan, dat Love één van Wesley's sleutelwoorden (5) was). Maar ook een boodschap van de waardigheid van eenieder in Gods ogen: God maakt geen onderscheid tussen de Lord, de schoenmaker of de mijnwerker, en Christus stierf op het kruis voor allen -- ook voor jou (All was een tweede sleutelwoord (5) in Wesley's preken en liederen). Dat was ècht nieuws, prettig te horen voor de onderdrukten. Bovendien werd het snel duidelijk, dat bekeerde Christenen het misschien niet gemakkelijker hadden dan de anderen, maar dat zij gelukkiger waren. Niet alleen waren zij verlost van vrees voor het hiernamaals, maar zij leidden ook een gelukkiger gezinsleven: de mannen brachten hun geld naar huis en verkwistten het niet meer in de kroeg. Families gingen samen naar de Methodistische ontmoetingen, waar ze samen over hun geestelijk leven konden praten. Mettertijd kregen ze binnen deze gemeenschappen taken toegewezen, waardoor ze zich verantwoordelijker en gewaardeerd voelden. Wesley maande de mensen ook aan tot vlijtig, behoorlijk werk, spaarzaamheid, en persoonlijke hygiëne ("Cleanliness is next to godliness"). En op die manier kregen de Methodisten snel een zeker aanzien, zowel bij hun werkgevers als in hun eigen gemeenschap, en in vele gevallen, een iets betere plaats op de sociale ladder. En dit zette de Methodisten aan tot vlijt in de werkplaats -- een houding die de werkgevers op prijs stelden, omdat hij bijdroeg tot een betere productiviteit. Men heeft Wesley deze onbewuste bijdrage tot de groei van het kapitalisme vaak verweten. Wesley was echter gekant tegen het vergaren van geld of wereldse goederen -- tenzij dat gebeurde, om zich de middelen tot liefdadigheid, barmhartigheid en sociale solidariteit te geven.
![]() |
![]() |
Wesley verstond de kunst van het communiceren. In zekere zin was hij een voorloper van wat men vandaag multimedia communicatie zou noemen.
Centraal in Wesley's boodschap stond het gesproken woord. In zijn openluchtpreken wist hij eerst, door zang, de aandacht te trekken (dat doet het Leger des Heils tegenwoordig nog, met haar fanfares en straatorgeltjes). Dan predikte hij, in eenvoudige woorden, en hij wist zijn boodschap in kernachtige formules samen te vatten. Soms leerde hij de mensen zingen, uiteraard niet uit gezangboeken -- de meeste mensen in zijn publiek konden niet lezen -- maar door het lijn-per-lijn herhalen van eenvoudige woorden en melodieën, die natuurlijk een uitstekend mnemotechnisch middel waren, om de centrale geloofspunten in het geheugen van zijn publiek te prenten.
Dag na dag reisde Wesley te paard door weer en wind van dorp tot dorp, van stad tot stad, om zijn boodschap van liefde en genade aan de man te brengen. Dat reizen ging niet altijd zonder moeite, en zijn boodschap was niet altijd even welkom. Hij had heel wat met hekelaars te kampen, en soms werd hij op een regen van stenen onthaald. Soms wist hij zijn critici klein te krijgen, maar soms moest hij ook een huis in vluchten.
Naargelang Wesley beter gehoor kreeg, werd de taak te zwaar voor hem alleen. Hij begon dus verschillende aspecten van zijn werk, inclusief de evangelisatie, uit de hand te geven aan leken -- dikwijls eenvoudige mensen uit het volk; maar deze kenden de taal van het volk, hun arbeids- en levenstoestanden, en vonden daarom bij vele mensen gemakkelijker ingang en vertrouwen.
Wesley wilde ook het lezen van de Bijbel bevorderen. Zijn medewerk(st)ers begonnen dus met schooltjes, waar kinderen 's Zondags of na het werk konden leren lezen. Of ze moesten leren schrijven was een andere kwestie: schrijven was niet nodig om toegang tot het Woord van God te krijgen; maar het droeg natuurlijk in grote mate bij tot de sociale ontwikkeling van de kinderen.
Zodra de Methodisten konden lezen, zette Wesley een uitgebreid leesprogramma op touw: boeken en tijdschriften, maar ook en vooral goedkope traktaatjes, "penny tracts" over geestelijk leven, bijbelstudie, maar ook met allerlei praktische wenken over het leiden van een Christelijk leven, en voor de kinderen, "vrome verhalen" waarin modelkinderen tot voorbeeld moeten dienen.
Al deze "input" van woorden en ideeën droeg op zijn beurt bij tot de intellectuele ontwikkeling van de Methodisten. De woorden die de aanhangers van Wesley via het luisterren en lezen kregen, lieten hun toe, nieuwe dimensies van hun bestaan te verkennen en uit te drukken. Eenvoudige mensen begonnen de pen ter hand te nemen, om hun ervaring neer te schrijven. In de Methodistische vergaderingen leerden ze zich uitdrukken, en hun plankenkoorts beheersen. Die bekwaamheid, in het publiek het woord te nemen, kwam natuurlijk ook in de werkplaats van pas. Wanneer het erom ging, het werk beter te organiseren, werd dat op prijs gesteld. Als die welbespraaktheid daarentegen werd gebruikt om de eisen van de arbeiders te doen gelden, viel hij bij de werkgevers heel wat minder in de smaak.
![]() |
![]() |
Bij de arme en onbevoorrechte zondaars en de hardwerkende middenklassen vond Wesley's boodschap van genade, liefde en morele verbetering gretig gehoor.
Maar vooral in de vroege stadia van het Methodisme waren er ook heel wat ongunstige reacties tegen Wesley's ideeën, die als nieuw en revolutionair overkwamen. Wesley en zijn predikers werden vervolgd, en hadden in de steden en dorpen met hekelaars te kampen. Aan bepaalde Methodisten werd het zwijgen opgelegd, door ze (door middel van de beruchte press gangs) in de marine in te lijven.Ik beschouw de hele wereld als mijn gemeente!
Maar het Methodisme bleef zijn militante zendingsgeest behouden. De Methodist Missions bleven -- en blijven nog steeds -- het evangelie verspreiden doorheen de wereld. Met name in Amerika en de Caraïbische eilanden zette de Methodistische kerk zich in voor de vrijheid en waardigheid van de zwarte slaven.
Kritiek op Wesley, en op het Methodisme in 't algemeen, komt voornamelijk uit de Marxistische hoek. Voor hen is het Methodisme een voorbeeld te meer van godsdienst als opium van het volk. Zij gaan er van uit, dat het Methodisme met zijn ethiek van vlijt en gehoorzaamheid zich in dienst stelde van het industrieel kapitalisme, en de arbeidersklasse cynisch manipuleerde, om een gewelddadige proletarische revolutie te voorkomen. Een antwoord op deze kritiek moet genuanceerd zijn.
Het is een feit, dat het Methodisme aanleiding gaf tot een houding van gehoorzaamheid en vlijt in de werkplaats. Maar dit betekent nog niet, dat Wesley en zijn predikanten het spel speelden van het kapitaal -- althans niet bewust, en niet met opzet.
Het is ook waar, dat Wesley door het gesproken en gezongen woord uiterst overtuigend kon en wilde zijn -- hoewel niet doelbewust manipulatief. De theorie, volgens dewelke de gezangen door hun beeldspraak en ritme de libido van de arbeiders trachtten uit te buiten, houdt geen steek. Wesley gebruikte weliswaar alle middelen van de retoriek om zijn publiek te overtuigen; maar hij deed dit ten bate van Christus, en niet ten bate van de uitbuiters, eigenaars en werkgevers. Hij was uitdrukkelijk gekant tegen de accumulatie van geld en middelen, die aan het kapitalisme ten grondslag ligt. En hij verwierp expliciet, in naam van het Evangelie, de exploitatie en slavernij.
Het is een feit, dat de eerste Methodistische vergaderingen sterk emotief getint waren, en dat bepaalde bekeringen onder invloed van de emotie plaatsvonden. Maar in het verdere leven van de gemeenschappen werd niemand tot lidmaatschap verplicht of tegen zijn wil binnen de gemeenschappen gehouden -- integendeel: leden wiens bekering geen vrucht droeg, of wiens engagement voor twijfel openstond, werden zonder meer geweigerd. Er bestond dus inderdaad een vorm van wederzijds, broederlijk toezicht. Maar dit toezicht als een "geestelijke politie" bestempelen, die elke vorm van revolutionair denken de kop indrukte, strookt niet met de werkelijkheid in Wesley's tijd. In het 19e eeuws Methodisme gebeurde het soms; maar slechts in bepaalde, conservatief-gezinde takken van het Methodisme, terwijl andere branches zich juist wel voor de arbeidersbeweging inzetten.
Het is ook waar, dat Wesley en zijn opvolger Bunting expliciet de democratie verwierpen. Hierin waren zij kinderen van hun tijd -- men vreesde een herhaling van de Franse Revolutie -- en zochten zij bovendien, hun credibiliteit bij het Engelse establishment te behouden. In praktijk was het Methodisme, met zijn uitbesteding van verantwoordelijkheden aan leken, mannen zowel als vrouwen, echter zeer modern door zijn niet-klerikale en inclusieve structuur.
De Marxistische kritiek van het Methodisme schijnt niet te kunnen aanvaarden, dat mensen zich spontaan bekeerden, omdat Wesley en zijn predikanten hun een boodschap van hoop en liefde brachten, die aan hun behoeften beantwoordde, en dat zij in dit geloof geluk en blijdschap vonden, zowel op geestelijk als sociaal vlak. Zij moeten dus noodzakelijk achter het sukses van het Methodisme een complot zien.
De centraliteit van de genade in onze geloofsbeleving. Wij zijn allen door Gods Genade en Liefde verlost. Laten wij dan als gelovigen, en als Kerk, van deze genade getuigen. Al te dikwijls schijnt de Kerk te handelen in een geest van veroordeling, die bepaalde klassen van mensen uitsluit, in plaats van de deur van onze kerken voor ze wijd open te zetten, of ze, zoals Wesley, te gaan halen, waar ze zich bevinden, en naar ze uit te reiken. ![]() |
|
![]() |
|
![]() |
Bron: J.P. van Noppen, maart 2003
Voetnoten
| (1) |
Suzanna Wesley's Opvoedingsprincipes:
|
| (2) | Here Lieth the BodyOf JOHN WESLEY A Brand plucked from the Burning: Not leaving, after his Debts are paid, |
| (3) |
"In the evening I went very unwillingly to a society in Aldersgate Street, where one was reading Luther's Preface to the Epistle to the Romans. John Wesley's Journal, May 24th, 1738 |
| (4) |
"Outcasts of men, to you I call, Harlots, and publicans, and thieves! (...) Charles Wesley: Hymns and Sacred Poems, 1739. |
| (5) |
The first 40 key words in John Wesley's Sermons, extracted from The Works Of John Wesley, arranged by decreasing order of keyness: Jean-Pierre van Noppen: Transforming Words. The Early Methodist Revival from a Discourse Perspective. Bern: Peter Lang (Religion and Discourse, 3), 1999, p. 229. |
Franstalige versie: protestanet.be