De ideeën van Maarten Luther, Augustijner monnik te Wittenberg werden middels de (toen nog revolutionair nieuwe) boekdrukkunst en de inwendige correspondentie tussen de verschillende kloosters van zijn orde razendsnel over heel West-Europa verspreid. Mede hierdoor was hem een ander lot beschoren dan bijv. Hus of Wiclif. De heersende kerk heeft deze ‘ketterij’ niet de kop in kunnen drukken. Het uiteindelijke gevolg was een substantiële scheuring in de christelijke kerk van het Westen (NB: In de oosterse Kerk was er geen voedingsbodem voor de gedachten van Luther en de reformatie, omdat deze Kerk in totaal andere begrippen, gedachten en gevoelens haar kerk zijn en geloof beleefde dan de Westerse Kerk) Luther heeft nooit een kerkscheuring beoogd, enkel een ‘reformatie’, een ‘hervorming’, een ‘herbronning’ van de hele kerk. Een kort historisch overzicht van zijn loopbaan moge dit aantonen.
Martin Luther wordt 10 november 1483 te Eisleben geboren als zoon van een mijnwerker. Omdat zijn vader het beste met hem voor heeft èn hij de tweede zoon is, mag hij gaan studeren in achtereenvolgens Mansfeld, Magdeburg en Eisenach. April 1501 begint hij zijn studie aan de universiteit van Erfurt. In 1505 wordt hij als één van de besten van zijn jaar 'magister artium'. De hogere studies kunnen een aanvang nemen en zijn vader zag hem al als publiek notaris werken in Eisenach of Erfurt, of anders een baan aan het hof: Rechten zou het dus worden.
Maar het loopt anders. Een existentiële onrust houdt Luther gevangen en onder de indruk van een onweder, waarbij hij bijna door de bliksem gedood wordt, treedt Luther in in het Augustijner klooster te Erfurt, tegen de wil, de wens en het uitdrukkelijke bevel van zijn vader in. Luthers wetenschappelijke gaven worden daar al snel door de prior Johannes von Staupitz onderkend en na zijn priesterwijding (1507) wordt Luther verder geschoold in de filosofie en de theologie. (voor de liefhebbers: Lombardus, de nominalisten Ockham & Biel en later vooral Augustinus en Bernardus van Clairvaux).
Op 19 oktober 1512 promoveert Luther tot doctor in de theologie en wordt meteen daarop tot hoogleraar bijbelse exegese en theologie benoemd aan de universiteit te Wittenberg. Na een lange persoonlijke geloofsstrijd en op grond van zijn eigen ervaring als priester hoe schadelijk de aflaatmarkt was voor het verlangen naar èchte absolutie van Godswege, publiceert hij op 31 oktober 1517 zijn '95 stellingen tegen de aflaat'. Luther nagelt deze stellingen conform het toenmalige gebruik op de deur van de slotkapel te Wittenberg teneinde een theologisch debat over deze materie op gang te krijgen.
Van het één komt dan het ander en uiteindelijk komt Luther alleen te staan tegenover de paus en de keizer op de rijksdag te Worms (1521). De dreiging van een pauselijke en keizerlijke bul hangt boven zijn hoofd: vogelvrij.
Grote belangen staan trouwens op het spel op de Rijksdag te Worms, die een half jaar duurt: aldaar wordt beslist over het culturele, economische en politieke lot van Europa. Tussendoor en dwars erdoorheen speelt ook de kwestie van de godsdienst een rol. De paus had in een bul reeds 41 stellingen van Luther als ketters gediskwalificeerd en de verbranding van diens boeken bevolen. Op 27 maart sluit de nog jonge keizer Karel V zich aan bij de pauselijke veroordeling van Luthers boeken en dagvaardt Luther om te verschijnen op de Rijksdag.
Op de eerste dag (17 april) is hij ten overstaan van de keizer en de rijksgroten zo bedeesd, dat hij nauwelijks te verstaan is. De pauselijke nuntius Aleander schrijft nog diezelfde avond in een brief naar Rome, dat Luther hem voorkomt als een 'lachende dwaas', die in tegenwoordigheid van de keizer 'voortdurend met zijn hoofd schudde en knikte'. Aleander heeft voor hem slechts verachting. Zelden zal het 'lachen' van iemand zo verkeerd zijn uitgelegd. Staande oog in oog met de hoge heren van het Rijk siddert Luther inderdaad onder de zware last van de situatie. Maar dat is het niet alleen. Luther beseft wat er op het spel staat.
Tegen zijn verwachting in, hadden de curie en de paus te Rome zich niet aan zijn kant geschaard in de strijd tegen de aflaat. Hij was er vast van overtuigd geweest: "De paus zal die Tetzel ( = monnik die aflaten verkocht alsof het loten voor een tombola betrof, DW) veroordelen en mij zegenen, maar terwijl ik zegen uit Rome verwachtte, kwamen bliksem en donder over mij."
Van de paus had hij zich op een 'beter te informeren' paus beroepen. Toen ook dat niet bleek te kloppen, had hij zich op het canonieke kerkelijke recht beroepen. Toen ook daarin de paus bleek te mogen heersen over de Schrift en de genade, had hij zich op de 'kerkelijke concilies' beroepen. Ook die bleken echter te kunnen dwalen: Het concilie van Konstanz (1414-1417) had immers een aantal met Luthers gedachten gelijklopende stellingen van Johannes Hus veroordeeld. Alleen met de Schrift en zijn verstand bleef hij achter. Uit de kerk was hij al verbannen. En op de Rijksdag moest de beslissing vallen of ook het Duitse Rijk Maarten Luther zou 'excommuniceren'. De gehele macht van de heilige traditie keerde zich tegen hem.
"Maarten Luther", vraagt in de namiddag van 18 april 1521 Johannes von der Ecken in opdracht van de keizer: "wil je werkelijk al je boeken verdedigen?" Een zware aanvechting overvalt Luther, nu de vraag die hij zichzelf al zo vaak van binnen had gesteld, officieel van Rijkswege wordt gesteld, een terechte vraag: Luther, ben jij alleen wijs, jij alleen tegenover zoveel eeuwen tegenover de heilige Kerk, tegenover de concilies, decreten, wetten en ceremoniën, zoals onze voorvaderen en alle mensen om ons heen die tot op de huidige dag bewaard hebben?
De dag daarvoor had hij nog om bedenktijd gevraagd, "opdat ik zonder het Woord van God geweld aan te doen en zonder gevaar voor mijn ziel het juiste antwoord kan geven". Nu is een ontwijkend antwoord onmogelijk. De rede die Luther gehouden heeft mondt uit in het kernprobleem. "Ik voer geen strijd over mijn eigen leven, maar over de leer van Christus. En daarom heb ik niet de vrijheid om deze geschriften te herroepen, omdat juist door mijn herroeping de tirannie en de goddeloosheid versterkt worden en des te harder zullen woeden..." De scherp geformuleerde opeenvolging van zinnen eindigt met het indrukwekkende slot:
"Mijn geweten is in het Woord van God gevangen. Daarom kan en wil ik niet herroepen, want tegen het geweten in te handelen is noch goed, noch heilzaam. Ik kan niet anders, hier sta ik. God helpe mij. Amen."
Voor de keizer is het niet moeilijk een beslissing te nemen. Over deze gevaarlijke verwoester van de fundamenten van het geloof van zijn wereldrijk moet 'de ban en nog eens de ban' uitgesproken worden. Op 26 mei 1521 kondigt hij die middels het 'edict van Worms' af. Luther vlucht en duikt onder bij een bevriende vorst. Het heilige roomse rijk is gescheurd, politiek en religieus.
Het nieuwe van Luthers gedrag hier en dat staat ook rechtstreeks in verband met zijn herontdekking van het vanzelfsprekende gezag van de Heilige Schrift is niet zozeer het beroep op het geweten als kern van de autonome mens (dat is een moderne 'Hineininterpretierung'), neen nieuw bij Luther is het gehoorzaam luisteren naar de Heilige Schrift zelf, onafhankelijk van de autoriteit van instanties buiten de bijbel, hetzij paus, hetzij concilie, hetzij kerkvader. Zelfs zijn geweten is daarin gevangen. Zo is Luther een bewust individueel levend en denkend mens, die de raadgevingen van pauselijke decreten, het kerkelijke wetboek etc. naast zich neer durft leggen (en dat is nieuw, zo'n zelfstandigheid) en tegelijkertijd heeft Luther gepoogd diezelfde vrije mens in dienst te nemen te vangen door het Woord van God en verantwoordelijk te maken voor en in de dienst aan de wereld.
Dat is het ècht nieuwe van de reformatie: Voor alle terreinen van het leven, of het nu huwelijk of seksualiteit is, of burgerplicht en politiek bedrijf en ook politiek is de reformatie een gebeurtenis van wereldhistorische formaat : overal en altijd moet er opnieuw geluisterd worden naar het Woord van God om dat vervolgens samen met de menselijke ervaring en verstand te onderzoeken op zijn consequenties voor het leven van elke dag. Er is geen 'heilig rooms rijk' meer, waar alles geregeld is op alle terreinen van het leven volgens één pauselijke codex... neen: Er is alleen nog de Schrift en daarnaast het leven zelf, dat overeenkomstig de Schrift moet worden geleefd en overdacht.
De Schrift alleen, waarin het geweten 'gevangen' is, is bron en norm van het christenleven, van zijn vrijheid èn van zijn plicht.
Bron: ds. D.Wursten - Wat is protestantisme? Een persoonlijke visie.
'Het binnenste is een kruis, geheel in zwart;
het staat in een hart, dat zijn natuurlijke kleur heeft
- om mijzelf steeds in herinnering te brengen
dat het geloof in de gekruisigde ons zalig maakt.
Want wie van harte gelooft, wordt gerechtvaardigd.
Al is het een zwart kruis, dat doet afsterven en pijn moet doen,
toch laat 't dat hart zijn kleur behouden,
het verderft de natuur niet
dat is, het maakt ons niet dood, maar behoudt ons ten leven.
De rechtvaardige leeft immers door zijn geloof,
maar alleen door zijn geloof in de gekruisigde.
Zulk een hart nu moet midden in een witte roos staan
om aan te duiden dat het geloof vreugde, troost en vrede geeft
en ons zonder meer in een witte vreugdevolle roos zet.
Dit is een andere vreugde en vrede dan de wereld geeft,
daarom moet de roos ook wit en niet rood zijn,
want wit is de kleur van de geesten en van alle engelen.
Zo'n roos staat in een hemelsblauw veld
om duidelijk te maken dat we in de geest en in het geloof
reeds nu deel hebben aan de komende hemelse vreugde:
we zijn er reeds in, levende in de hoop,
al is het nog niet openbaar.
En om dat blauwe veld een gouden ring
waarmee gezegd wordt dat die zaligheid in de hemel
eeuwig duurt en geen einde heeft
en zoveel kostelijker is dan alle aardse vreugde en genot,
als het goud schoner en kostbaarder is dan alle andere metalen.
Maarten Luther 1530 (in een brief aan Justus Jonas)
Franstalige versie: protestanet.be