Protestantse Kerken België

 contact |  over ons |   organigram

09 - De bruiloft te Kana.

Meditaties en studies voor een heel kerkelijk jaar, door Gerard F. Willems
Week 9 van het kerkelijk jaar
Johannes 2,1-11 • Lucas 7,18-35 •

Meditaties en studies voor een heel kerkelijk jaar, door Gerard F. WillemsDe bruiloft te Kana is een van de typische Johannesverhalen waarvoor men tevergeefs elders in het Nieuwe Testament parallellen zoekt. Buiten het Johannesevangelie vindt men niet eens het plaatsje Kana in Galilea. Nergens elders wordt water in wijn veranderd. Het verhaal zoals wij dat gelezen hebben lijkt eenvoudig, maar is het dit werkelijk? Johannes wil doorgaans meer zeggen dan wat men zo bij hem leest. Is dit ook hier het geval? Kunnen wij de geheime deur vinden die toegang verleent tot de echte boodschap van ons bijbelgedeelte?
Volgens de overlevering zou het vierde evangelie geschreven zijn te Efeze in west Turkije. Efeze was een stad met een veelkleurige hellenistische cultuur. In dit verband moeten onze gedachten gaan naar Dionysos of Bacchus de Grieks-Romeinse god van de wijstok en de wijn. Dionysos is de god van de extase en de natuurlijke driften; later evolueert hij naar het type van de verlossergoden die gevierd worden in mysteriën. Wervelend en wild dansend trekt hij rond met saters (bosdemonen met bokspoten, horens en staart), silenen (dronken oude mannen die profeteren) en bacchanten (dansende vrouwen) en verder met leeuwen en panters. Hij bevrijdt zijn bruid Ariadne op het eiland Naxos, en verlost in het algemeen gevangenen. Ook wordt hij door dronken boeren verscheurd, maar herrijst uit de dood. Welnu, van deze zelfde Dionysos wordt verteld dat hij water in wijn verandert! Het verschil met ons verhaal bestaat hierin dat deze god een bron die water geeft, wijn laat voortbrengen, die verder vloeit als een stroom. Het is niet totaal uitgesloten dat de vierde evangelist op deze laatste gebeurtenis zinspeelt en wil zeggen dat Jezus de echte wonderdoener en verlosser is, niet Dionysos. Dit is dan de boodschap van de evangelist. In de moderne tijd heeft Friedrich Nietzsche (1844-1900) het opgebracht om de zaak om te keren, hij kiest resoluut voor Dionysos tegen de gekruisigde. Toch ligt de hoofdbedoeling van Johannes met zijn verhaal ongetwijfeld niet in de hellenistische wereld, wel in de bijbelse. Maar hoe dan?

Wanneer men het gebeuren van de bruiloft te Kana leest in het geheel van de bijbelse en de joodse wereld, dan gaan allerlei trekjes van het verhaal oplichten. Kunnen deze trekjes ons brengen tot de echte betekenis van dit Schriftgedeelte? Dat zal moeten blijken. Het eerste wat gezegd moet worden is dat men met een echte rijkeluisbruiloft te doen heeft. Het gaat niet om een huwelijk van simpele mensen. Men noemt uitdrukkelijk de dienaren of slaven en de leider van het feest of tafelmeester. Deze laatste heet letterlijk, hoofd van de triklinos, en deze Griekse technische term is de benaming voor drie aanligsofa’s die in U-vorm opgesteld worden. In de open ruimte van de U plaatst men dan tafeltjes met de gerechten, en via de open kant kunnen de slaven daar makkelijk bij voor de service. Dergelijke opstellingen van sofa’s voor feestmaaltijden kan men onder andere bewonderen in Pompeï. Op gewone dagen aten de mensen zittend, zoals wij, feest vierde men aanliggend op een sofa. In het jodendom wil het oude gebruik dat men de maaltijd van Pesach zo liggende viert, men steunt daarbij op de linker arm zodat men kan eten met de rechter hand. Onze bruiloft te Kana is dus echt chique en zeer feestelijk.
In deze omstandigheden is een gebrek aan wijn een echte ramp. Want wijn betekent feestvreugde. In het jodendom is het religieuze plicht om bij feesten de mensen te verheugen met geschenken. Welke geschenken? Men verheugt de mannen met wijn en de vrouwen met kleren. Vreugde is ook bij een bruiloft een echte plicht. De beroemde Hillel de Oude (20 v.Chr.) richtte eens een maaltijd aan ter ere van een zekere persoon. Een arme kwam evenwel aan Hillel’s echtgenote zeggen: Ik moet vandaag een bruiloft geven en ik heb niets. De echtgenote van de rabbijn nam de hele maaltijd en schonk ze aan de arme. De eveneens beroemde rabban Gamliël van Javnè (90 n.Chr.) schonk zelf de wijn in bij de bruiloft van zijn zoon. Hij deed hiermee het werk van de dienaar, zo belangrijk vond hij de drank. Op de bruiloft van zijn zoon zei rabbi Aqiva (gestorven in 135 n.Chr.) bij elke kruik wijn die hij opende: De wijn voor het leven van de rabbijnen en voor het leven van hun leerlingen!
Deze trekjes zijn alvast volledig duidelijk. Er is echter iets totaal vreemds aan de bruiloft te Kana! Er wordt namelijk met geen woord over de bruid gesproken. Er lijkt er niet eens een te zijn. Nochtans staat juist de bruid zeer centraal bij een joods huwelijk. Het begeleiden van de bruid naar het bruidsvertrek wordt gerekend tot de liefdewerken die iedere jood moet volbrengen. God zelf heeft daarvoor het voorbeeld ter navolging gegeven, toen hijzelf Eva, na haar gemaakt te hebben, persoonlijk naar Adam leidde. Verder moet men vooral ook de schoonheid van de bruid uitvoerig roemen. Geen spoor van dit alles in ons verhaal. De bruidegom, van zijn kant, wordt éénmaal genoemd. Hij speelt echter niet de rol van kersverse echtgenoot, maar krijgt te maken met de wijn, waarvoor hij blijkbaar verantwoordelijk is. Er is dus duidelijk iets wat niet klopt. Het lijkt niet te gaan om een echte bruiloft. Er is geen bruid. Johannes wil iets anders duidelijk maken, maar wat?

Om achter het mysterie van de bruiloft te Kana te komen moet men proberen het verhaal beter te integreren in de overleveringen die men in de verschillende evangeliën aantreft. Men moet uitzoeken hoe de centrale begrippen van dit Kana-verhaal, te weten water, wijn en bruidegom, functioneren in andere verbanden. Laat ons eerst het Johannesevangelie zelf doorzoeken. In 3,22-30 blijken Johannes de Doper en Jezus allebei te dopen. De Doper zegt dat hij niet de Messias is, maar zijn voorloper. Vervolgens duidt hij Jezus aan als bruidegom (der gemeente) en zichzelf als de vriend van de bruidegom die verheugd luistert. In 5,33-36 is Jezus aan het woord en zegt dat de Doper van hem getuigd heeft, maar de werken die hij zelf doet zijn een sterker getuigenis. In 10,40v zeggen de mensen dat de Doper geen enkel teken gedaan heeft.
Als we bij de synoptische evangeliën gaan zoeken, dan krijgen wij het volgende. Gemakshalve volgen wij Matteüs, maar men vindt de teksten ook elders. In 9,14v gaat het over een conflict tussen de Doper en Jezus over het vasten. De discipelen van de Doper vasten. Jezus zegt dat zolang de bruidegom bij zijn discipelen is, deze niet kunnen vasten; dit kan wel wanneer hij weggenomen is. Even verder is er sprake van nieuwe wijn. In 11,18v heeft Jezus het over de Doper die in de gevangenis zit. Hij zegt dat hij niet at en niet dronk en dat men hem daarom beschouwde als iemand die een demon heeft. De Zoon des mensen eet en drinkt wel en van hem zegt men dat hij een vraatzuchtig mens is en een wijnzuiper. Lucas schrijft in het gedeelte dat wij lazen explicieter dat de Doper geen brood at en geen wijn dronk. Tot slot zou men nog kunnen wijzen, maar dan in Matteüs 25 alleen, op de gelijkenis van de vijf wijze en de vijf dwaze maagden. Jezus is daar zelf de bruidegom op het feest aan het einde der tijden, een bruid wordt daarbij niet genoemd.
Om de betekenis van de genoemde teksten uit de evangeliën te laten uitkomen, is het goed nog een laatste keer te verwijzen naar de rabbijnse litteratuur. In deze geschriften worden namelijk de dagen van de Messias onder meer beschouwd als een bruiloftsfeest. De volgende rabbijnse vergelijking kan dit verduidelijken. Zoals een koning, die toen hij zich met een vrouw verloofde, haar weinig schonk, maar toen hij kwam om de vrouw te huwen, haar als echtgenoot veel geschenken gaf - zo is deze wereld de verlovingstijd van Israël met slechts één cadeau, maar in de dagen van de Messias zal het huwelijk met God plaatsvinden en dan zal hij aan zijn volk alles geven. Bij de verloving van God met Israël denkt men aan Hosea 2,21 Ik zal mij met u verloven voor eeuwig, en bij het huwelijk aan Jesaja 54,5 want uw echtgenoot is uw maker. Men moet er wel op letten dat hier JHWH zelf, op basis van de profeten, beschouwd wordt als de verloofde en de echtgenoot van zijn uitverkoren volk, het is dus niet de Messias. Gods huwelijk vindt enkel plaats, in de dagen van de Messias. Er blijft echter wel een verband tussen de Messiaanse tijd en de bruiloft (1).

Thans zal het ons mogelijk zijn conclusies te trekken uit al het voorgaande en daarmee het geheim van het verhaal van de bruiloft te Kana te doorgronden. De verborgen deur in het verhaal zal openklappen. Allereerst dient vastgesteld dat de hele geschiedenis gelezen moet worden in het raam van het conflict tussen leerlingen van Johannes de Doper en leerlingen van Jezus in het bijzonder te Efeze (zie Handelingen 18,24-26 en 19,1-7) in latere tijden. Ook hier in het Johannesevangelie gaat het om een, weliswaar verborgen, conflict tussen beide groepen discipelen. De eerste twee volgelingen van Jezus komen van bij de Doper (1,35-37) en gaan in Jezus geloven door zijn eerste teken. Wij hoorden dat de Doper van zijn kant geen tekenen deed. Deze eerste daad van Jezus is weliswaar nog een besloten gebeuren in beperkte kring, maar straks, met de reiniging van de tempel gaat het om een publiek optreden (2,13v).
Binnen het algemene raam van dit conflict wordt in het verhaal van de bruiloft te Kana de onderlinge verhouding van de beide groepsleiders tot elkaar vastgesteld. Deze bijzondere vaststelling van de functies van beide leiders is het eigenlijke doel van het verhaal. Jezus blijkt in het gebeuren de echte Messias te zijn, die men ook de bruidegom van zijn gemeente kan noemen. Als teken van deze waardigheid brengt Jezus de wijn van het feest mee. Het water wordt veranderd, het heeft geen zin meer, het heeft afgedaan. Het water hoort bij Johannes de Doper, zowel als water van de doop, als als water om de dorst te lessen van degenen die vasten. De tijd van het water en de Doper is onverbiddelijk voorbij. Jezus doopt misschien nog wel met water, maar dat is eigenlijk de Heilige Geest. Vasten met water doet Jezus niet, hij drinkt wijn en geeft wijn. Het gaat immers om de vreugde van de Messiaanse bruiloft en dat kan en gaat niet zonder wijn. Misschien is het mogelijk nog een stap verder te gaan en te stellen dat de wijn van Kana indirect verband houdt met de wijn van de sabbatsmaaltijd en met de wijn van de Pesachfeest. De derde dag van 2,1 zou volgens sommige uitleggers op de sabbat kunnen slaan; onmiddellijk na ons verhaal (2,13) hoort men reeds dat Pesach nabij is en dat Jezus naar Jeruzalem gaat. De Messiaanse bruiloft met de wijn is de voltooiing van de gebruiken die men daarvóór in ere hield, als verwijzing en als voorsmaak. Maar nu is Jezus de Messias daar met de overvloed aan wijn. Hij komt tot zijn volk.

Bron: Ds.  G. Willems


Voetnoot

(1) De aangehaalde rabbijnse teksten kan men vinden in het werk van Paul Billerbeck dat hij uitgegeven heeft samen met Hermann Strack, Kommentar zum Neuen Testament aus Talmud und Midrasch, München 1922-1961, deel 1 p.500v en deel 2 p.372v en deel 4a p.573.


Terug naar boven
Verenigde Protestantse Kerk in België
Brogniezstraat, 44
B, 1070 Brussel
T: 02 511 44 71
Neem contact op

Franstalige versie: protestanet.be