Protestantse Kerken België

 contact |  over ons |   organigram

De chauffeur die tegen de onderkant van de auto keek

Bijbelse verhalen verteld voor kinderen
Thema: Over bekering en inkeer
Handelingen 9: Bekering van Paulus

Bijbeltekst (NBV)

Handelingen 9

1 Intussen bedreigde Saulus de leerlingen van de Heer nog steeds met de dood. Hij ging naar de hogepriester 2 met het verzoek hem aanbevelingsbrieven mee te geven voor de synagogen in Damascus, opdat hij de aanhangers van de Weg die hij daar zou aantreffen, mannen zowel als vrouwen, gevangen kon nemen en kon meevoeren naar Jeruzalem. 3 Toen hij onderweg was en Damascus naderde, werd hij plotseling omstraald door een licht uit de hemel. 4 Hij viel op de grond en hoorde een stem tegen hem zeggen: ‘Saul, Saul, waarom vervolg je mij?' 5 Hij vroeg: ‘Wie bent u, Heer?' Het antwoord was: ‘Ik ben Jezus, die jij vervolgt. 6 Maar sta nu op en ga de stad in, daar zal je gezegd worden wat je moet doen.' 7 De mannen die met Saulus meereisden, stonden sprakeloos; ze hoorden de stem wel, maar zagen niemand. 8 Saulus kwam overeind, en hoewel hij zijn ogen open had, kon hij niets zien. Zijn metgezellen pakten hem bij de hand en brachten hem naar Damascus. 9 Drie dagen lang bleef hij blind en at en dronk hij niet.
10 In Damascus woonde een leerling die Ananias heette. In een visioen zei de Heer tegen hem: ‘Ananias!' Hij antwoordde: ‘Ik luister, Heer.' 11 Daarop zei de Heer: ‘Ga naar de Rechte Straat en vraag daar in het huis van Judas naar iemand uit Tarsus die Saulus heet. Hij is aan het bidden, 12 en hij heeft in een visioen gezien hoe een man die Ananias heet, binnenkomt en hem de handen oplegt om hem weer te laten zien.' 13 Ananias antwoordde: ‘Heer, van veel kanten heb ik gehoord over deze man en over al het kwaad dat hij uw heiligen in Jeruzalem heeft aangedaan. 14 Bovendien heeft hij toestemming van de hogepriesters om hier iedereen die uw naam aanroept in de boeien te slaan.' 15 Maar de Heer zei: ‘Ga, want hij is het instrument dat ik gekozen heb om mijn naam uit te dragen onder alle volken en heersers en onder al de Israëlieten. 16 Ik zal hem tonen hoezeer hij moet lijden omwille van mijn naam.' 17 Ananias vertrok en ging naar het huis, waar hij Saulus de handen oplegde, terwijl hij zei: ‘Saul, broeder, ik ben gezonden door de Heer, door Jezus, die aan u verschenen is op de weg hierheen, om ervoor te zorgen dat u weer kunt zien en vervuld wordt van de heilige Geest.' 18 Meteen was het alsof er schellen van Saulus' ogen vielen; hij kon weer zien, stond op en liet zich dopen, 19 en nadat hij gegeten had, kwam hij weer op krachten.
Hij bleef enkele dagen bij de leerlingen in Damascus 20 en ging onmiddellijk in de synagogen verkondigen dat Jezus de Zoon van God is. 21 Allen die hem hoorden waren stomverbaasd en vroegen: ‘Dat is toch de man die in Jeruzalem de volgelingen van die Jezus naar het leven stond, en hij is toch hierheen gekomen om hen gevangen te nemen en uit te leveren aan de hogepriesters?' 22 Saulus' optreden werd echter steeds krachtiger, en hij bracht de in Damascus wonende Joden in verwarring door aan te tonen dat Jezus de messias is.
23 Al spoedig beraamden de Joden een plan om hem te vermoorden. 24 Saulus raakte echter van hun voornemen op de hoogte. Ze bewaakten zelfs dag en nacht de stadspoorten om hem te kunnen doden. 25 Maar Saulus' leerlingen brachten hem 's nachts naar de stadsmuur en lieten hem daar in een mand naar beneden zakken. 26 Toen hij terug was in Jeruzalem wilde hij zich aansluiten bij de leerlingen, maar die waren bang voor hem omdat ze niet geloofden dat ook hij een leerling was geworden. 27 Barnabas nam hem echter onder zijn hoede en bracht hem naar de apostelen, aan wie hij vertelde dat Saulus onderweg de Heer had gezien, dat hij met hem had gesproken en dat hij in Damascus vrijmoedig de naam van Jezus had verkondigd. 28 Saulus liep nu openlijk met de apostelen in Jeruzalem rond en verkondigde vrijmoedig de naam van de Heer. 29 Hij ging in debat met de Griekstalige Joden, maar die beraamden een aanslag op zijn leven. 30 Toen de broeders dat te weten kwamen, brachten ze hem naar Caesarea en stuurden hem van daar naar Tarsus.
31 In heel Judea en Galilea en Samaria leefde de gemeente in vrede en kwam tot bloei. De gelovigen leefden in ontzag voor de Heer, en dankzij de bijstand van de heilige Geest nam hun aantal steeds meer toe.

32 Toen Petrus door het land reisde, kwam hij ook bij de heiligen die in Lydda woonden. 33 Hij trof daar een man aan die Eneas heette en al acht jaar verlamd op bed lag. 34 Petrus zei tegen hem: ‘Eneas, Jezus Christus geneest u! Sta op en breng nu zelf uw bed in orde.' Onmiddellijk stond hij op. 35 Alle inwoners van Lydda en van de Saronvlakte zagen wat er gebeurd was en bekeerden zich tot de Heer.
36 In Joppe woonde een leerlinge die Tabita heette, in onze taal is dat Dorkas. 37 Maar juist in die tijd werd ze ziek en stierf. Ze werd gewassen en in het bovenvertrek opgebaard. 38 Omdat Lydda dicht bij Joppe ligt, stuurden de leerlingen, die gehoord hadden dat Petrus daar was, twee mannen naar hem toe met het dringende verzoek om direct bij hen te komen. 39 Petrus ging meteen met hen mee. Na zijn aankomst werd hij naar het bovenvertrek gebracht, waar de weduwen om hem heen kwamen staan en hem huilend de tunica's en mantels lieten zien die Dorkas nog maar pas gemaakt had. 40 Petrus stuurde iedereen weg, waarna hij knielde om te bidden. Na het gebed draaide hij zich om naar het lichaam en zei: ‘Tabita, sta op!' Ze opende haar ogen, en toen ze Petrus zag ging ze rechtop zitten. 41 Hij nam haar bij de hand en hielp haar overeind, en toen hij de heiligen en de weduwen weer binnengeroepen had, liet hij hun zien dat ze weer leefde. 42 Dit voorval werd in heel Joppe bekend en velen gingen in de Heer geloven. 43 Petrus bleef nog enige tijd in Joppe, bij Simon, een leerlooier.

Verhaal

Bijbels verhaal voor kinderenHet gebeurde, zei dominee Geurs, op de Martelaarslaan. Ik was weer eens in Gent, dus dan ga je de stad in om te kijken of er nog wat valt te kijken. Nu, in zo'n grote stad vind altijd wel iets. Ik loop dus op de Martelaarslaan en ik geniet van de zon en van het groen van de bomen, en ook wel een beetje van het drukke verkeer, want als je van een dorp komt als Kollum, is een beetje drukte altijd welkom, dan weet je tenminste dat je leeft.

Dat wist de chauffeur even niet over wie ik jullie nu ga vertellen. Want opeens keek hij tegen de onderkant van een auto aan. Hoe denk je dat zo'n man zich voelt? Je moest het zelf maar eens wezen!

Ik moet eerst even iets duidelijk maken. De dominee had het in zijn preek over Paulus toen hij nog Saulus heette, en werd stil gezet op zijn weg. Dat was toen hij naar Damascus wilde om met harde hand de mensen daar van het geloof af te brengen, en toen God wilde dat hij juist het omgekeerde deed. Hij werd stil gezet, met een harde klap.
Toen kreeg ds. Geurs het over bekering en inkeer, dat je eens moet nadenken over wat je doet. En in dat kader vertelde hij dat verhaal over de chauffeur die tegen de onderkant van een auto aankeek. Ik heb het allemaal opgeschreven, hier komt de rest.

Het was dus erg druk op de Martelaarslaan. Ik loop daar en wat gebeurt. Bij een stoplicht komt een grote truck aan met oplegger. Zo een waar auto's op worden vervoerd in twee verdiepingen. Daar komt die chauffeur met zijn truck en zijn twee verdiepingen vol, en daar springt het stoplicht op rood. Dat betekent dus trappen op je rem. Dat deed de chauffeur en het gevaarte zuchtte en siste als een beest uit de prehistorie. De chauffeur zat op zijn gemak. Lekker stilstaan en naar de radio luisteren, en dan neem je ook nog een slokje cola voor je weer optrekt met je beest.
Maar optrekken, niks hoor, want wat gebeurt.
Door de schok van het stilstaan schuift de auto die boven zijn cabine is, los en zakt met de neus vooruit naar beneden. Pets, boem, daar staat hij met zijn bips, dat is bij een auto zijn kofferbak, in de lucht. De chauffeur keek tegen de onderkant aan. Hij verslikte zich in zijn cola, en toen hij was uitgehoest wreef hij zijn ogen uit. Wat was dat. Een uitlaatpijp voor de ruitenwisser?

Een grote opstopping was het gevolg, en mensen talloos om toe te kijken, ook ik was daarbij.
Toe te kijken om te zien dat een kraanwagen kwam. Toe te kijken met open mond om te zien hoe makkelijk dat ging, allemaal. En de politie kwam vragen natuurlijk hoe dat kwam dat die auto losraakte, maar dat wist de chauffeur natuurlijk ook niet. "Dat komt door de schok, denk ik", zei hij. En nog even, dan val ik ook met het hoofd naar beneden, van de schrik!

En ds. Geurs keek de kinderen aan, en hij vroeg of zij het verhaal begrepen. Gert-Jan die vooraan zat, zei: "Ja, dominee, want als God je stil zet, krijg je ook een schok".
En een van de meisjes zei: "Als je goed schrikt, zie je niets, want van schrikken gaan je ogen dicht".
Toen vroeg de dominee waarom God de mensen laat schrikken, vindt Hij dat soms zo leuk.
"Nee, zei een ander, dat zeker niet. Maar dat is om je aan het denken te zetten. Die chauffeur had eerst zijn lading moeten controleren voordat hij de weg op ging".

En hetzelfde meisje van daarnet zei nog: "Ja, natuurlijk. Want je moet er toch niet aan denken wat er gebeurd was als eens een moeder met een kinderwagen over was gestoken. Dan had hij de dood van een baby op zijn geweten gehad!"

Na de dienst zei de dominee tegen mij: "Sofie, bedankt dat je mijn verhaal op internet zet, want ik zag je schrijven. Je mag, als je dat wilt, gerust je laptopje meenemen, dat scheelt je veel werk".
Het waaide nogal in de toren, en de papieren van mijn schrijfblok vlogen in mijn gezicht. Ik had moeite om ze van mij af te krijgen. "Dat bedoel ik, zei mijn vriendin, ook jij wordt even stil gezet om na te denken over wat je hebt geschreven. Dat krijg je nu onder ogen. Maar de dominee heeft gelijk. Een laptop waait nooit in je gezicht".

Dat is het verhaal van de chauffeur. En van de onderkant die hij zag.

Bron: Harmen Geurs D.D., Kollum, Friesland


Terug naar boven
Verenigde Protestantse Kerk in België
Brogniezstraat, 44
B, 1070 Brussel
T: 02 511 44 71
Neem contact op

Franstalige versie: protestanet.be