Protestantse Kerken België

 contact |  over ons |   organigram

De koperen kroonluchter

Bijbelse verhalen verteld voor kinderen
Thema: Als je zorgen hebt
Psalm 36 vers 10: In Uw licht zien wij het licht

Bijbeltekst (NBV)

Psalmen 36

10 want bij u is de bron van het leven, door úw licht zien wij licht.

Verhaal

Bijbels verhaal voor kinderenIk denk mij soms suf over allerlei dingen, en dan zegt mijn vriendin: Sofie wat ben je stil. Maak je niet zo druk, want het komt toch anders dan jij denkt En soms is dat zo, en dan zeg ik tegen haar: Kind, je hebt gelijk, waar ben ik mee bezig.
Maar soms denk ik iets en dan komt het precies zo uit. Dat is natuurlijk wel fijn. Over zoiets wil ik vertellen. Mijn vriendin zegt: Sofietje, dat moet je doen, ze is echt geweldig.

Ik zat in de kerk, in het Schaduwrijk, op de achterste bank dus. En ik had mijn ogen half dicht, dan kan je zo fijn wegdromen en denken. Als ik dat doe kijk ik onder mijn wimpers altijd naar de lichtkroon die vlak bij het Schaduwrijk hangt. En dan kunnen mijn gedachten zo heerlijk wegglijden, overal heen. En van Letitia heb ik geen last. Die zegt dan niks om mij niet te storen. Soms legt ze gewoon even haar arm om mij heen. Dan voel ik: wij zijn vriendinnen voor het leven. Daar heb ik laatst over gedacht. Wat is dat: vriendinnen voor het leven. Voor het héle leven, met de nadruk op hele, tot je tachtigste, of voor het léven met de nadruk op leven. Dat je kunt leven omdat je een fijne vriendin hebt. Zoals ik.

Ik zat dus in het Schaduwrijk, en de lamp was aan, want het was donker, regenwolken joegen langs de ruiten, regendruppels tikten tegen het glas in lood, Sint Petrus bij de vissersnetten had een druppel aan zijn neus. Zo'n zondagmorgen dus. Ik zat weg te dromen, van de preek hoorde ik niets. Ik keek dus naar die koperen lichtkroon. Naar de elektrische kaarsjes. Als ze branden is er een cirkelvormige stralenkrans omheen.. Hoe komt dat, denk ik, is dat omdat ik door mijn wimpers kijk. Nee, ze zijn er ook als ik mijn ogen wijd open heb. Gewoon weerschijn dus.
Ik draai mijn hoofd weg, en nu komt het. Toevallig kijk ik langs de koperen bol die onder aan de lichtkroon hangt. Daarin kan je het orgel zien, en toevallig Pascal, dat akelig joch.
Maar als ik zo kijk is de stralenkrans weg. Hé, wat vreemd. Ik leg mijn hoofd terug zoals eerst, en kijk, daar heb je de kransjes weer. En ze verdwijnen zodra ik langs die bol kijk.
"Heb jij daar een verklaring voor", zeg ik tegen mijn vriendin.
"Nee, eigenlijk niet", zegt ze, "misschien ligt dat aan Pascal!"

De week draaide verder, de wolken verdwenen, het zonlicht scheen, geen lichtkroon nodig, maar ik bleef aan hem denken. En of het zo moest zijn, de volgende zondag liet dominee Geurs mij Psalm 36 voorlezen, vanaf de lezenaar met de adelaar. ‘Bij U', moest ik lezen, ‘is de bron van het leven. In Uw Licht zien wij het Licht'.
En hij zei in zijn preek dat koning David deze psalm had gemaakt. Dat hij als schaapherder donkere wolken kende, maar ook heldere zon. En dat God de zon in zijn leven was. Als hij dan met zijn schaapjes op een berghelling zat, en hij zag de zon opkomen, de eerste stralen omhoog naar de sterren, dan zei hij : Dank U Heer, in uw Licht zie ik het licht!

Ik schoot overeind in mijn Schaduwrijk en ik luisterde goed. Nu kwam het, ik voelde het. Hij zei: "Als je leeft in het licht en de zon gaat op, dan ben je blij met je leven, je vrienden, en alles. Dan zie je het licht, en dat blijft in je branden ook als het weer donker wordt. Dan krijgt jouw licht, hoe zal ik het noemen..."
"Een stralenkrans", zeg ik.
"Ja juist, Sofie", zegt hij, "een stralenkrans, hoe kom je daar zo bij?"
"Dat heb ik van de koperen kroonluchters", zeg ik, "hier in de kerk. Als je goed kijkt is daar ook een stralenkrans om!"
"Doe ze aan", zei Pascal, "want dat wil ik zien. "Je moet niet zomaar geloven wat Sofietje zegt, want die zegt zoveel!"

De koster heeft het gedaan, hij heeft op verzoek van de hele kerk, behalve van mijn vriendin en mij, de lichtkronen aangestoken. En de ene helft van de mensen, waaronder Pascal, zei: Ja wat prachtig, het is licht met een stralenkrans er omheen. En de andere helft zei: Wij zien niets.
"Dan zitten jullie verkeerd", heb ik toen gezegd. "Jullie kijken langs de bol, wil ik wedden. Als je jullie hoofd wat opzij doen, zie je het wel!"
Ja, warempel, werd er geroepen. Hoe bestaat het, dat is zo. Sofie, dat jij dat wéét!
"Gewoon even goed kijken!" heb ik gezegd, want ik heb een hekel aan die aandacht op mij.

"Dàt is precies wat de Psalm zegt", zei onze predikant. "In uw Licht zien wij het licht. Ik hoef die tekst niet meer uit te leggen, wij hebben het zelf kunnen zien. En kijk eens naar dat kerkraam, daar zien we Sint Petrus. Ook hij heeft een stralenkrans om zijn hoofd. .."
"En die gaat niet weg, hoe je ook draait met je hoofd", zei mijn vriendin.
"Ja, Letitia", zei hij, "een gewone visserman was hij maar, en toch zien wij hem in het licht van God. Wij hoeven maar naar hem te kijken, is dat niet prachtig?"
"Maar hij heeft wel een regendruppel aan zijn neus", zei ik, want het was weer begonnen te regenen.
"Dank je Sofie", zei hij, "jij hebt ons veel laten zien!"
"Niet ik", zei ik, "het zit gewoon in de fysica! En in de onweerswolken."
"Je overtreft jezelf", zei mijn vriendin, "met je lichtgevende geschiedenis!".
"Maar ik merk wel", zei hij nog tegen mij, "Sofie, dat je soms niet luistert naar de preek!"

Mijn oma was die zondagmorgen in de kerk. Na maanden, want ze is tachtig en pas van een ziekte bekomen. Ze zei dit: "Mijn kleindochter heeft vanmorgen gelezen: Bij U Heer, is de bron van het Leven. Ik vind dat zo mooi, dat wilde ik even zeggen!"
"Leven en licht zijn broertje en zusje", zei Marie. "Want als ik 's morgens wakker word en de zon komt op, dan worden de vogeltjes wakker, vlindertjes vliegen, en de bloemen gaan open, en Felix de kater zit bij de dominee op de regenton, lekker in de zon, dat kan ik vanuit mijn dakraampje zien. Zelfs mijn parkietjes in hun kooi zijn blij, dan tovert de zon een stralenkransje op de koperen spijltjes, en op hun drinkbakje glinstert hij, want dat is van glas. Dan drinken ze water van zilver..."

"Die schàt", zeg ik tegen mijn vriendin, "wat houd ik van de stem van dat kind!"

En hiermee eindigt mijn verhaal van de koperen lichtkronen.

Bron: Harmen Geurs D.D., Kollum, Friesland


Terug naar boven
Verenigde Protestantse Kerk in België
Brogniezstraat, 44
B, 1070 Brussel
T: 02 511 44 71
Neem contact op

Franstalige versie: protestanet.be