Protestantse Kerken België

 contact |  over ons |   organigram

De tepeltjeshond

Bijbelse verhalen verteld voor kinderen
Thema: Over je recht
Psalm 103: Als het goed is moet je plaats je herkennen

Bijbeltekst (NBV)

Psalm 103

1 Van David. Prijs de HEER, mijn ziel, prijs, mijn hart, zijn heilige naam. 2 Prijs de HEER, mijn ziel, vergeet niet één van zijn weldaden.

3 Hij vergeeft u alle schuld, hij geneest al uw kwalen, 4 hij redt uw leven van het graf, hij kroont u met trouw en liefde, 5 hij overlaadt u met schoonheid en geluk, uw jeugd vernieuwt zich als een adelaar.

6 De HEER doet wat rechtvaardig is, hij verschaft recht aan de verdrukten. 7 Hij maakte aan Mozes zijn wegen bekend, aan het volk van Israël zijn grootse daden.

8 Liefdevol en genadig is de HEER, hij blijft geduldig en groot is zijn trouw. 9 Niet eindeloos blijft hij twisten, niet eeuwig duurt zijn toorn.

10 Hij straft ons niet naar onze zonden, hij vergeldt ons niet naar onze schuld. 11 Zoals de hoge hemel de aarde overspant, zo welft zich zijn trouw over wie hem vrezen.

12 Zo ver als het oosten is van het westen, zo ver heeft hij onze zonden van ons verwijderd. 13 Zo liefdevol als een vader is voor zijn kinderen, zo liefdevol is de HEER voor wie hem vrezen. 14 Want hij weet waarvan wij gemaakt zijn, hij vergeet niet dat wij uit stof zijn gevormd.

15 De mens - zijn dagen zijn als het gras, hij is als een bloem die bloeit op het veld 16 en verdwijnt zodra de wind hem verzengt; de plek waar hij stond, kent hem niet meer.

17 Maar de HEER is trouw aan wie hem vrezen, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Hij doet recht aan de kinderen en kleinkinderen 18 van wie zich houdt aan zijn verbond en naar zijn geboden leeft.

19 De HEER - zijn troon staat vast in de hemel, als koning heerst hij over alles. 20 Prijs de HEER, u die zijn boden bent, sterke helden die doen wat hij zegt, gehoorzaam aan het woord dat hij spreekt.

21 Prijs de HEER, hemelse machten, dienaren die doen wat hem behaagt. 22 Prijs de HEER, al zijn schepselen, prijs hem, overal in zijn rijk. Prijs de HEER, mijn ziel.

Verhaal

Bijbels verhaal voor kinderenDominee Geurs is weer terug van Aruba. Drie maanden is hij weg geweest. Er waren best wel leuke invallers, maar die vertelden geen verhalen. Ik had het dus gemakkelijk, want ik hoefde niets op te schrijven. Maar als het erop aankomt, heb ik toch liever een verhaal, en dat zegt de hele jeugdkerk en knikt ijverig.
Daar is hij dus weer, donkerverbrand, en hij laat mij, Sofia, lezen een stuk uit Psalm 103:

De dagen van de mens zijn als gras,
als een bloem op het veld, zo bloeit hij. Maar
strijkt de wind er overheen, dan verdort hij,
en zijn plek kent hem al niet meer.

En daarna vraagt hij mijn vriendin Letitia om te lezen wat volgt, en dat doet zij met haar heldere stem:

Maar de gunst van de Heer duurt eeuwig
voor die Hem vrezen, en zijn gerechtigheid
voor hun kindskinderen die het verbond in ere houden.

Hij zei daarover dit: "De mensen over wie het gaat in deze psalm hebben barre tijden meegemaakt. Ze hebben vrienden en bekenden zien sterven in ballingschap. Hun dagen waren als gras, als een bloem die verdort. Maar die het overleefden, het was in Babel, die keren terug, en zij zeggen: De gunst van de Heer duurt voort. Als wij opnieuw mogen beginnen, gaat het erom de geboden te houden, en rechte mensen te zijn. Dan zal ons land in vrede bestaan, en onze kleinkinderen zullen ook gelukkig zijn.

Zo begon zijn preek, en toen zei hij dat het de beurt van de kinderen was, en vertelde hij het verhaal van de TEPELTJESHOND.

Het liep zo:

"Lieve kinderen, ik was op Aruba, en daar zag ik een tepeltjeshond..."
"Dat woord bestaat niet", zei Pascal.
"Nee", zei hij, "dat woord heb ik zelf gemaakt, omdat het arme beest zulke grote tepels had hangen, dat je er wel naar moest kijken. Zij kwam om het hoekje van het huisje waar ze duikerspakken verhuurden, want het was op het strand. Daar loopt een houten plankier langs de restaurantjes en de bar waar je Surinaams eten kunt krijgen.
Ik zag haar komen, ik zat bij die bar op een kruk, dus ik kon alles zien. Ze was lief, dat zag je wel aan haar kop, want sommige honden kijken echt vals, maar deze niet. Ze kwam over het plankier, en haar tepels bungelden zwaar. Ze zocht eten, ze had kleintjes, dat kon je goed zien. Die lagen zeker achter dat huisje, ergens in de schaduw van de divi-divibomen.

Als er mensen liepen over het plankier, ging ze haastig aan de kant. Je kon zien dat ze gewend was aan slaag en ruwe woorden, want ze kromp in elkaar, en probeerde zo liet te doen als ze maar kon. Zo van: ik ben niet gemeen, hoor, ik zoek alleen maar een beetje eten. En dat was nog niet eens voor haarzelf!

Ik had sympathie voor dat dier, hoe verwaarloosd ze er ook uitzag, hoe broodmager. Ik keek al of ik niet wat had, een stukje brood, of nog beter: een kluifje. Maar ja, aan een bar drink je, maar je kunt niet zomaar zeggen: Juffrouw, daar komt een tepeltjeshond, geef mij even een kluifje! Nee, dat ging niet. Maar wacht, wat doet ze. Eerst snuffelt ze wat bij de palmen, of daar nog wat ligt dat de badgasten hebben achtergelaten. Nee, daar ligt niks. Kijk, nu komt ze hierheen.
Ze durft niet, zie je? Er is een trapje omhoog van het strand naar de bar. Ze moet door een hek, ja, dat staat open, met de prijzen eraan van de strandstoelen, als je er een wil huren.

Maar zij. Zou ze durven? Ze snoof, want de keuken van de Surinamers is daar, en daar geurt het zo heerlijk naar kip. Ik denk: Weet je wat, ik bestel kippenpootjes, bruin gebraden, ik ga dat beest lekker verwennen! Want kijk eens hoe bang ze is!

Daar komt de strandmeester, donkerzwart in de zon, dikke buik, ze weet niet waar ze moet blijven. Hij vloekt in het negerengels. Ik zie haar niet meer. Geen wonder, als je zo wordt uitgevoekt, terwijl je alleen maar op zoek bent naar eten!
Het beest heeft geen plaats, hier bij de bar niet, en bij de Surinaamse keuken helemaal niet, en nauwelijks aan het strand met zoveel schurft op haar rug. En zoveel tepeltjes ook, zodat iedereen haar nakijkt...

Ik denk: Die zie ik niet meer terug, maar zo was het niet. Daar was ze toch weer na een tijdje. Haar kop om de hoek van het hek om te kijken. Geen dikke man met veel boos negerengels, nee, die is weg.
En daar komt ze, daar gaat ze, sluipend langs het hek. Langs de binnenkant nu, op weg naar de dustbin. Dat is de afvalbak die daar staat, daar zitten vast wel wat hapjes in voor een tepeltjeshond!

Maar toen was daar opeens die andere hond. Zo'n hele grote, sterke, gezonde. Een beest van bakken eten vol, en gemeen nog daarbij. Hij mocht daar ook niet komen, op het hele strand mocht hij niet, want daar stonden bordjes met: KEEP DOGS ON LEASH, en dat betekent: HOUD HONDEN AAN DE LIJN. Nu, dat was hij NIET, die volle etensbakhond. En dat liet hij merken! Zodra hij de tepeltjeshond zag, dook hij bovenop haar. En hij beet haar, zo hard hij maar kon! En bloeden dat het tepelbeestje deed! Verschrikkelijk!

En daar was de baas van de Surinamekeuken. Die dook bovenop die sterke hond, want bang was hij niet, en hij pikte het niet. En daar was ook de baas van die hond met de riem in zijn hand. Opgerold, en dat mocht niet.
Hij werd vreselijk uitgescholden door iedereen, dat hij zijn hond beter vast moest houden, en kijk dit arme beestje eens, hoe zij bloedt, kan je wel!! Je kunt zeker niet lezen!

De baas van de keuken belde tussen de fornuizen de dierenarts op. Die was er meteen, want hij woonde daar ook, en hij onderzocht de tepeltjeshond. Zoveel aandacht had het arme beest nog nooit gehad, in haar hele hondenleven niet. De dierenarts hield haar met beide handen aan de kop, en zij liet het toe, ze voelde dat het goed was.
En hij waste haar af met water van de douche, en wreef het bloed uit haar vacht.
En toen roken wij allemaal kip die stond aan te branden. De baas van de keuken vloog erop af. Van wie zijn die kippenpoten? Van u, mijnheer Geurs? Ja, van mij, u mag ze aan dit hondje geven.

En zo gebeurde het dat het tepeltjeshondje heerlijk lag te kluiven op kippenpootjes zo lekker, als zij ze nog nooit had gehad. En zo gebeurde het ook dat de baas van de andere hond alles wilde betalen, want hij had spijt van wat er gebeurd was. En hij zei tegen de baas van de keuken dat hij dit diertje hier, dit tepeltjesbeestje, elke dag kippenpootjes moest geven, op mijn kosten mijnheer, en ik betaal de rekening, en de dokter ook om haar helemaal beter te maken.

Toen prees iedereen aan de bar de man met zijn sterke hond, die trouwens ook een kluifje kreeg. En hij rolde zijn riem uit, kom mee!
En zo eindigt dit verhaal, lieve kinderen", zei dominee Geurs.

"En die kleine hondjes, hoe ging het daarmee", vroeg Marie, "die daar lagen onder die divi-diviboom?"
"Die kregen nu melk genoeg van de moeder, Marie, en ze groeiden als kool, en werden leuke, jonge hondjes".
"Zo komt alles op zijn plaats", zeg ik, en ik heet Sofie. "De mensen aan de bar, de baas in de keuken, de grote hond aan het touw, en de kleintjes onder de Divi-diviboom. Zo wil het God, daarom heb ik Psalm 103 voorgelezen. Als het goed is moet je plaats je herkennen".

"Uitstekend begrepen, Sofie", zegt hij, "je doet je naam eer aan".

Mijn grootmoeder, Sofia Amalia Mandelkern naar wie ik ben genoemd, vroeg nog even het woord. ‘Ik weet wat het is als je geen plaats krijgt onder de zon. Ik heb in de gevangenenkampen gezeten achter prikkeldraad met 220 volt erop. Daar werden Gods geboden met voeten getreden, en de mensen ook. En ik heb mensen gezien op de vlucht, die nergens welkom waren.

En nu mag ik zeggen, een oude vrouw:

De gunst van de Heer is groot over wie rekening met Hem houden, dat heb ik altijd gedaan. Ik heb nu een plek hier waar ik mij thuis voel, en ik zie dat Gods gunst gaat tot over mijn kleinkinderen, Zijn Naam zij geprezen..."

En hij zei: "Jullie weten het misschien niet, maar in de expositieruimte op de Grote Markt hangen schilderijen van mevrouw Mandelkern, die hebben daar een ereplaatsje, recht tegenover de ingang. En die gaan precies over ons onderwerp: een plaatsje onder de zon".
Ik weet dat hij de huur voor de zaal voor haar heeft betaald. Want zij hebben iets met elkaar, dat weet ik.

En met mijn supergeheim commentaar eindigt de dienst. SOFIE M.

Bron: Harmen Geurs D.D., Kollum, Friesland


Terug naar boven
Verenigde Protestantse Kerk in België
Brogniezstraat, 44
B, 1070 Brussel
T: 02 511 44 71
Neem contact op

Franstalige versie: protestanet.be