Protestantse Kerken België

 contact |  over ons |   organigram

De uitkijk

Bijbelse verhalen verteld voor kinderen
Thema: Over samenwerking
Mattheus 26 vers 36: vv. Waken in Getsemane.

Bijbeltekst (NBV)

Matteüs 26

36 Vervolgens ging Jezus met zijn leerlingen naar een olijfgaard die Getsemane genoemd werd. Hij zei: ‘Blijven jullie hier zitten, ik ga daar bidden.'

Verhaal

Bijbels verhaal voor kinderenEr zat een uitkijk op het dak, of beter: op de schoorsteen van het dak, wat nog hoger was. Ik had haar gezien, een tijdje al, vanaf het balkon. Ze zat rustig in de zon, de ochtendwind bewoog haar zilveren vleugels, maar ze vloog niet weg, ze deed haar taak, ze zat en keek.

Om haar heen vloog de horde in grote halen door de tuinen. Een ogenblik was zij het centrum van het gebeuren. Daarna vloog de troep verder, over de tuinen. Over het oerwoud van de tandarts en het hokje van zijn tandtechniker, over de tuin van de Iraniërs die de paden hadden aangelegd langs een liniaal, zoals de bovenbuurvrouw beweerde, die van haar balkon etensresten in hun tuin gooide, wat meteen door de ploeg werd opgepikt, en zelfs bij het vallen werd opgevangen. Verder vloog de horde over de wasserij met zijn dampende pijpen, en de keuken van het Chinese restaurant, waar ze even een cirkel trokken rond de lucht van rijst en kip, dan snel over de tuinen van de handelaars in elektrische apparaten met steriele stapels koelkasten afgedankt, en voor altijd uitgedoofde teevees.

En ze steeg aan het einde op, om over de daken te komen, even kijken of daar wat ligt, alleen een juffrouw in badpak die naar ons zwaait met haar zonnebril. En dan daar terug tussen de plataanbomen van de Laan naar hier waar ik sta op het balkon onder de hoge uitkijk. Krijsen over de kruisingen met hun wachtende auto's. Daar heb je de voorhoede. Die daalt af naar de middenberm zodra ze denken dat er wat ligt.
Er lag genoeg. De stad had vuilcontainers afgezonken in de straat. Met een stortkoker erop, waarin de bewoners hun vuil weg konden werpen. In zakken, keurig netjes.

In zakken brachten de bewoners hun afval naar beneden. Onder de platanen van de Laan had je de stortkoker. Maar die was smal, dus gooiden ze hun huisvuilzakken gewoon ernaast, een hele stapel lag daar al. En daar waren de meeuwen op uit. De voorhoede pikte en keek.
Daar had je de vrouw van de wasserij met zakken vol kippenbotjes en bakjes frituur uit de snackbar. Volgepropte zakken, ze probeerde niet eens die in de koker te duwen. Ze gooide ze eenvoudig neer. En dat deed de afhaalchinees ook, ja, dat deed bijna iedereen.
Daar had je de voorhoede. Ze krijsten hun signaal: hier valt wat te halen. En de hele troep daalde in duikvlucht, en open trokken ze de zakken.

En boven op de schoorsteen had de uitkijk haar hals gestrekt, en gaf een kreet over de daken. En uit de straten daarachter kwamen ze aan, hele troepen meeuwen. En van andere schoorstenen, bij de metro, hun vlucht weerspiegeld in de hemel van de ruiten. En verder daarachter tot bij de haven, gaven andere uitkijkposten hun kreet door: in de Laan valt wat te halen.
Ze wisten het feilloos, ze kwamen van alle kanten over de schepen, over de containers, tussen de kranen. Het zag bont van de meeuwen, ondanks het drukke verkeer. Geen vuilzak bleef heel, alles werd open gescheurd. Ook de uitkijk kwam een snavelvol halen.

Ik dacht: moet je eens kijken wat een rommel, waar de auto's nog doorheenrijden ook. Maar ik dacht ook: kijk eens wat een samenwerking, en elke vogel krijgt zijn deel.

Boos was de buurt, vooral de oudere mensen, daar lag al die rommel, en het was zulk heerlijk weer, de zon scheen zo prachtig door de platanen, er vlogen zelfs vlinders. Wat erg van dat afval daar, en wat ongezond.

Maar daar had je de veegwagen al van de stad, met zijn borstels veegde hij de rand van de straat weer schoon, en hij draaide behendig om de wortels van de bomen. Wat geweldig, dacht ik, als ik een boom was, zou ik dankbaar zijn voor het borstelen van mijn voeten.
En achter de veegkar kwamen nog mannen in fosforescerende jacks, die veegden met een bezem alle hoekjes schoon. En een had een sleutel, waarmee hij de stortkoker open maakte, zodat hij alle zakken, of wat daar nog van over was, naar beneden kon gooien.


Dominee Geurs keek rond in de kerk. "Dat was mijn verhaal over samenwerking", zei hij. Wie wil er wat zeggen?
Dat waren er wel een paar. Eigenwijze Pascal natuurlijk, en dikke Hendrik, die had zijn worstvinger tenminste op de hoogte van zijn oor, verder kwam hij niet met zijn arm. En ik zag dat mijn vriendin ook wilde. Die schuift dan met haar voeten, en ik wijs naar haar met mijn lange arm. Maar Letitia krijgt nooit het eerst het woord, hoewel dat volgens mij wel zou moeten, het kleine grut gaat voor.

Pascal dus. "Dat was een fijn verhaal", dominee, want het moest gaan over samenwerking, en daar ging het ook over. De meeuwen werken samen, want ze kijken samen uit. De uitkijk werkt met ze samen, want hij waarschuwt als er wat de bikken valt En de straatvegers werken samen, want ze vegen de boel weer aan ..."
"Ja, dominee", zegt dikke Hendrik, maar Pascal vergeet wat. Ook die dikke mevrouw uit de wasserij werkte mee, en die afhaalchinees, want ze gooiden zakken vol afval bij de stortkoker neer, en dat was dan weer voer voor de meeuwen!
"Dat mocht die vrouw niet doen", zei Marie, ze moest het in de stortkoker gooien. Als je doet wat niet mag, dan werk je tegen en niet mee! Ze sprak zo zacht dat ik het moest herhalen.
Pascal sprong op, hij vergat dat hij in de kerk zat: "Niet waar! Als ze dat had gedaan, had er geen eten gelegen. Dan hadden de meeuwen niets gevonden, en dan hadden ze 's avonds met een lege maag in de haven moeten slapen tussen de containers!"
"Waaruit blijkt", zei mijn vriendin onder mijn wijzende vinger, dat een beetje tegenwerking goed is voor de samenwerking!
"Ik heb de hele dag nog niet zo'n intelligente opmerking gehoord, bravo, kind", zeg ik tegen haar, nou ken ik je weer!

Dominee Geurs ging daar graag op in. Hij zei dat samenwerking altijd goed is, maar dat het pas geweldig wordt als er iets mis gaat. Hij keek eens rond in de kerk.
"Hier is niks mis", zei Pascal, u hoeft niet te kijken. Het is hier fijn met altijd verhalen, daar wordt de preek korter van!
"Dit is de preek", zei Marie.

Dominee Geurs kreeg het over onze Heer, dat die het erg moeilijk had in Gethsemane, en dat Hij hoopte dat zijn leerlingen samen met Hem zouden waken en bidden. Maar dat ze in slaap waren gevallen, en dat Hij toen zijn gebeden in zijn eentje moest doen.
Maar hij zei ook, dat ze zich naderhand wel flink schaamden, en helder wakker bleven. En dat door hun geroep heel de wereld ontwaakte en hun gebeden zei samen met de Heer.

Dat was een korte preek, maar krachtig, zeg ik tegen Letitia.

"Pascal", zei de dominee bij de mededelingen, wil jij met de kerkbezem de doosjes en bakjes van de snackbar even uit het portaal vegen, want ze zitten hier 's nachts altijd te eten, met hun rug tegen de deur, want anders lopen wij met zijn allen door de mayonaise heen, en dan krijgen wij valpartijen!
"Dominee", zegt hij, kan Marie dat niet doen, want vegen, dat is vrouwenwerk!


Ik zie in de toren dat ze samen staan te vegen, Marie en hij, o wat heb ik gelachen. En de dominee zegt: "Sophie, word eens ernstig. Als ik jou nou mijn aantekeningen geef van mijn kinderverhaal, wil jij het dan schrijven?"
"Hoeft niet, eerwaarde", zeg ik, want die aantekeningen heb ik zelf al gemaakt!
"Ik trakteer jou volgende week", zegt hij, op een snackje van de overkant!
"Alleen", zeg ik, als mijn onbetaalbare vriendin ook mee mag, en als Pascal de boel aanveegt!
"Dat vind ik beestig goed", zegt zij, want zij was er natuurlijk ook, ik lik nu mijn vingers al af!

Dit was dan het beestige verhaal over samenwerking

Bron: Harmen Geurs D.D., Kollum, Friesland


Terug naar boven
Verenigde Protestantse Kerk in België
Brogniezstraat, 44
B, 1070 Brussel
T: 02 511 44 71
Neem contact op

Franstalige versie: protestanet.be