Protestantse Kerken België

 contact |  over ons |   organigram

03 - Geslachtslijst volgens Matteüs

Meditaties en studies voor een heel kerkelijk jaar, door Gerard F. Willems
Week 3 van het kerkelijk jaar (advent)
Matteüs 1,1-17 • Leviticus 25,8-19 •

Meditaties en studies voor een heel kerkelijk jaar, door Gerard F. WillemsEen zeer merkwaardig begin, dat van het Matteüsevangelie! Zonder plichtplegingen krijgt men direct een stamboom voorgeschoteld. Wat kunnen ons die voorvaderen van Jezus interesseren? Jezus zelf, goed, daar willen wij wel iets over horen, maar al die lege en zinloze namen... Geduld! De bijbel lezen en verstaan lukt alleen met geduld, veel geduld. Maar wanneer men dat inderdaad kan opbrengen, dan draait de deur van de bijbelse schatkamer ook echt open. Dat belooft dus. Zo stellen wij opnieuw de vraag: Wat heeft die geslachtslijst van Jezus ons eigenlijk te zeggen?

Het eerste vers van het evangelie spreekt over Jezus Christus, zoon van David, zoon van Abraham. De stamboom legt eigenlijk deze woorden uit. Het woord Christus is geen familienaam of eigennaam zoals wij geneigd zouden zijn te denken. Wij hebben te doen met een titel die beantwoordt aan een bepaalde functie; Matteüs onderlijnt dit extra in vers 16 waar hij zegt, Jezus die genoemd wordt Christus. Christus luidt, terugvertaald in het oorspronkelijke Hebreeuws, Messias en betekent eigenlijk gezalfde. Wat houdt de functie van Messias dan in? Dit zal in het hele gedeelte beetje bij beetje duidelijk worden, maar laat ons voorlopig reeds iets zeggen. De Messias is de bevrijder of verlosser van het einde der tijden, die alles in de wereld zal herstellen naar Gods oorspronkelijke bedoelingen. We hebben hier te doen met een typisch joods begrip, dat ingeworteld is in de hele geschiedenis van het volk Israël. Dit begrip is in deze vorm bij de andere volkeren onbekend. Het is dus geen algemeen menselijk, universeel begrip.
Verder staat er zoon van Abraham. De aartsvader Abraham is de vader van het volk Israël alsook onrechtstreeks van de volkeren die geloven in de God van Israël. Matteüs laat bewust de stamboom joods beginnen. De evangelist Lucas doet het in zijn evangelie anders, bij hem begint het heel universeel met Adam de vader van alle mensen (zie Lucas 3,38). Jezus is dan een soort nieuwe Adam. Dit geldt echter niet voor Matteüs; bij hem komt de hele mensheid elders en op een andere wijze aan de orde, nu gaat het om een joods verhaal. De aartsvader Abraham is vooral de man van de beloften. Hij heeft eigenlijk niets en trekt rond, maar God belooft hem grootse dingen. Zo zou men kunnen zeggen dat er reeds iets in zit van de belofte van de Messias en de Messiaanse tijd. Ook is er het verhaal van het binden van Isaak op het altaar, een geschiedenis die de eeuwen door, joden maar ook christenen heeft geïnterpelleerd. Dit offer van Isaak verwijst reeds naar de opstanding der doden.
Dan staat er ook zoon van David. Dit is helemaal concreet, de meest bekende koning van Israël. Jezus stamt uit het koninklijk geslacht, wellicht uit een minder belangrijke of verpauperde tak. Die koninklijke afstamming is nochtans zeer belangrijk. God heeft immers een speciaal verbond met het huis van David gesloten (zie 2Samuël 7), en op dit verbond is de Messiasverwachting gebouwd. God zal trouw blijven aan de afstammelingen van David en eens een telg uit dit geslacht als ideale koning van Israël en de volkerenwereld op de troon plaatsen. De stamboom van Matteüs volgt dan ook de koninklijke lijn, iets wat Lucas in zijn stamboom niet doet. Het typische hierbij is dat sommige van die koningen in bepaalde joodse tradities als Messias beschouwd worden. Zo Josafat waarvan de naam betekent JHWH zal recht spreken, een naam die verbonden werd aan de vallei ten oosten van Jeruzalem waar het laatste oordeel plaats zal vinden. Vooral is er ook koning Hizkia onder wiens bewind Jeruzalem op wonderbaarlijke wijze bevrijd werd van het Assyrische beleg. Misschien moet men ook Josia noemen, de grote koning van de zogenaamde deuteronomistische reformatie in Israël. Na de Babylonische ballingschap merkt men duidelijk in de bijbel dat er vragen en verwachtingen cirkelen rond de persoon van Zerubbabel. Zou deze zoon van David de Messias zijn?

Zeer merkwaardig is verder dat in de geslachtslijst ook vrouwen voorkomen! Men telt er vier, namelijk Tamar, Rachab, Ruth, de vrouw van Uria. Normaal komen in dergelijke lijsten alleen mannen voor, tenzij er iets zeer bijzonders aan de hand is. Vrouwen worden hier in ieder geval niet verwaarloosd. Wie zijn deze vrouwen?
Tamar is de schoondochter van Juda, de stamhouder van de koninklijke stam. Zij is een Kanaänitische en heeft twee opeenvolgende echtgenoten verloren. Door een list dwingt zij Juda zijn verantwoordelijkheid op te nemen en de joodse wet van het zogenaamde leviraatshuwelijk - het huwelijk met de broer van de overleden echtgenoot - te eerbiedigen. Als heidense blijkt zij zo rechtvaardiger te zijn dan Juda.
Rachab is de welbekende hoer van Jericho. Ook zij is een Kanaänitische, maar heeft ontzag voor de God van Israël en zijn daden. Zij verstopt de twee Israëlitische verspieders. Als tegenprestatie wordt haar huis gespaard bij de inname van Jericho als de muren instorten. Zij en haar verwanten worden opgenomen in het joodse volk.
Ruth is weer geen joodse, wel een Moabitische. Zij is gehuwd met één der zonen van Noömi en woont in Moab. Wanneer alle respectievelijke echtgenoten gestorven zijn, besluit haar schoonmoeder terug te keren naar haar land, Israël. Ruth volgt heel bewust haar schoonmoeder naar het vreemde land en spreekt de beroemde woorden Uw volk zal mijn volk zijn en uw God mijn God. De echtgenote van de andere zoon van Noömi blijft even bewust in Moab bij haar eigen volk.
De vrouw van Uria is beter bekend als Batseba, die later de echtgenote van koning David wordt. De formulering onderlijnt de schuld van David, die door moord de vrouw van een ander neemt. David wordt niet opgehemeld; de tekst neemt het wel op voor de onschuldige Uria die een Hethiet is. Het gaat hier dus weer om een niet-jood. Zijn vrouw was echter wel een Israëlitische.
De eerste drie vrouwen die zo genoemd worden zijn niet-joods en worden toch in het volk Israël opgenomen, zelfs in de koninklijke stamboom. Dit illustreert niet zozeer het universele karakter van de bijbel in die zin dat op een missionaire wijze alle volkeren bereikt zouden moeten worden. Het gaat hier veeleer om het komen van heidenen tot de God en het volk van Israël. Zij zoeken hun toevlucht onder de vleugels van de Sjechina, de inwoning Gods, zoals de rabbijnen dat zeggen. Zij zoeken bescherming bij de God van Israël die present is op aarde. De God van Israël sluit alle vreemdelingen niet buiten, maar houdt de deur open, zodat men binnen kan komen. In diezelfde geest zullen ook niet-joden welkom zijn als de Messiaanse tijden aanbreken... De vermelding van de vrouw van Uria roept de zonde van David op, en tekent ons zo de God van Israël als iemand die op weg gaat met mensen van vlees en bloed. Zelfs de grootste koning is verre van volmaakt. God kan fouten vergeven; hij blijft steeds voor de mensen kiezen. Ook dit geldt eveneens voor de Messias en de Messiaanse tijden. Ook zij staan open voor mensen van vlees en bloed.

Het grootste geheim van de geslachtslijst zit echter nog een stuk dieper verborgen in de tekst. Men moet er zelfs bijzeggen dat dit diepste geheim door de moderne lezer nooit opgespoord kan worden. Deze schat kan enkel ontdekt worden wanneer men zich met huid en haar verdiept in het denken van de oude bijbelse tijden. De tekst geeft wel een uitgangspunt, helemaal aan het einde van het gelezen gedeelte. Er staat dat men van Abraham tot David te maken heeft met 14 geslachten, van David tot de Babylonische ballingschap 14 geslachten en van de Babylonische ballingschap tot de Messias 14 geslachten. Het relaas van Israëls verleden wordt dus ingedeeld in 3 x 14 geslachten, tot aan de komst van de Messias. Wat houdt dit allemaal in?
Dit betekent eerst en vooral dat de geschiedenis van het joodse volk een geschiedenis is in die zin dat het om een samenhangend en verdeelbaar geheel gaat. Er zit in die historie een bewuste structuur. Het is niet zo dat het verloop van het verleden van het volk Israël uit een hoop toevalligheden bestaat zonder onderlinge samenhang. Dit verhaal is niet te vergelijken met een hoop losse willekeurige zandkorrels die ook iedere willekeurige vorm kunnen aannemen. Neen, het is Matteüs te doen om een reeks zinvolle gebeurtenissen in een zinvolle samenhang. Het betreft hier wel enkel de joodse historie, men mag dit niet over het hoofd zien.
Hier komt nog iets bij, die geschiedenis van Israël is doelgericht. Zij loopt bewust uit op iets groots en waardevols dat eigenlijk al het voorgaande overtreft. Matteüs zegt: dat doel is de Messias. Dat is het ideale summum, dat is de positieve zin der geschiedenis. En dat einddoel blijkt achteraf berekenbaar; na 3 x 14 generaties komt de Christus. Men kan zo zelfs met een berekening bewijzen dat Jezus de langverwachte Messias is. Jezus’ geboorte is geen toevalligheid, integendeel!
En dan nu de laatste, de mysterieuze stap. Matteüs wil namelijk nog heel wat meer zeggen. Hij maakt zijn berekening niet af, denkende dat zijn lezer dat zelf wel kan doen. Wat zit er achter 3 x 14? In de laatste zin van het evangelie zegt Jezus dat hij met u is tot de voleinding van de eeuw, een uitdrukking waaronder men het einde van deze eeuw, of bedeling, of wereld, dient te verstaan. Dat ogenblik zal samenvallen met Jezus’ parousie, zijn wederkomst in heerlijkheid (zie Matteüs 24,3 en de volgende verzen). Men kan zich afvragen hoe lang deze tijd van de Messias, tussen komst en parousie, zal duren. Men heeft veel over de duur van de Messiaanse tijd nagedacht en de antwoorden der oude rabbijnen variëren zeer, men spreekt van 40, 70, 100, 365, 400, 600, 1000, 2000, 7000 jaren, of ook van 3 generaties. Na deze dagen van de Messias, volgt pas de algemene opstanding der doden en het Koninkrijk van God.
In een bepaald soort geheimzinnige joodse openbaringslitteratuur die men de apocalyptiek noemt, komt men tot een echte berekening van deze tijd. De apocalyptische boeken van de Heilige Schriften, te weten Daniël en Openbaring, geven de berekening niet, maar wel het buiten-bijbelse oude boek Henoch (*). In dat werk wordt de wereldhistorie ingedeeld in 10 weken van geslachten of generaties. De tijd van de heidenen sinds het begin van de wereld duurt 3 x 7 generaties; de tijd van de geschiedenis van Israël sinds Abraham 6 x 7 generaties of wanneer men telkens twee weken samenneemt 3 x 14 generaties; de overblijvende week, dus 1 x 7 generaties, is de tijd van de Messias. Men ziet hier reeds duidelijk Matteüs om de hoek komen kijken!
Laat ons nog verder met de eerste evangelist bezig blijven. Typisch is voor hem dat hij het niet heeft over de tijd der heidenen (3 x 7 bij Henoch), dat interesseert hem blijkbaar nu niet. Hij concentreert zich op de geschiedenis van Israël (3 x 14 ook bij Henoch), en vult de tijd van de Messias niet in. Het ligt voor de hand om met het boek Henoch, die tijd op 1 x 7 generaties te brengen. Volgens beide auteurs omvat dan de geschiedenis van Israël met die van de Messias zoon van David, 7 x 7 generaties. Een laatste vraag kan men nu nog stellen: van waar komt die 7 x 7? Uit onze tweede schriftlezing, het jubeljaar van Leviticus 25! Voor de vrome jood, zowel Henoch als Matteüs, verloopt de historie van Israël volgens het schema van het jubeljaar, met dien verstande dat de jaren vervangen moeten worden door generaties. Dus, Israël en zijn Messias duren samen 7 x 7 generaties. Het overblijvende jubeljaar zelf, het 50e jaar, krijgt dan de nieuwe betekenis van Koninkrijk van God. Zoals het 50e jaar, begint de Godsregering met de Grote Verzoendag, de Jom Kippoer. Dit is het mysterie van het verhaal van Israëls verleden waarop Matteüs doelt.
Na de vastgestelde perioden van generaties is nu de Messias verschenen. Naar voorzien kan worden zal de Messiaanse tijd 1 x 7 generaties duren. Dan verschijnt hij in heerlijkheid en breekt het Koninkrijk van God aan. Die Godsregering wordt als een jubeljaar zonder einde. Ondertussen maakt Matteüs, die één en al toegespitst is op de Messias en zijn tijd, wel duidelijk dat dit tijdperk van de Christus géén triomfalistisch tijdvak wordt. Het is immers de tijd vóór de parousie, de tijd van dubbelzinnigheid. Die tijd zal 7 geslachten duren; mag men dit enigszins in jaren omrekenen? Telt men voor één generatie twintig jaar, dan komt men aan 140 jaren. Berekent men op basis van onze huidige chronologische kennis - maar deze stemt zeker niet overeen met de inzichten van Matteüs - de som van de genoemde perioden en deelt men deze door zes, dan bekomt men 300 jaren. Een ding mag men hieruit wel afleiden, naar de overtuiging van Matteüs zal de Messiaanse tijd niet al te lang duren. Met de komst van Jezus verschijnt reeds binnen afzienbare tijd de algemene opstanding der doden en het Rijk van God aan de horizon.

Bron: Ds. G. Willems


Terug naar boven
Verenigde Protestantse Kerk in België
Brogniezstraat, 44
B, 1070 Brussel
T: 02 511 44 71
Neem contact op

Franstalige versie: protestanet.be