Protestantse Kerken België

 contact |  over ons |   organigram

02 - Het boekje Maleachi

Meditaties en studies voor een heel kerkelijk jaar, door Gerard F. Willems
Week 2 van het kerkelijk jaar (advent)
Maleachi 3,13-slot • 0penbaring 22,6-17 •

Meditaties en studies voor een heel kerkelijk jaar, door Gerard F. Willems

Het kleine bijbelboekje Maleachi vormt een gepaste lectuur voor de adventstijd. Vooral naar zijn einde toe roept het boekje op om vol verwachting naar de toekomst te kijken. En dat is nu juist de inhoud van de advent, uitkijken naar de komst van... Maar laat ons niet te snel van stapel lopen en eerst op een aantal vragen ingaan, die ons de toegang moeten ontsluiten tot een waar verstaan van het boekje. Maleachi is het laatste boek van de twaalf kleine profeten. In de traditionele christelijke bijbels vormt het daarenboven het slot van het Oude Testament; direct erna komt het Nieuwe Testament dat er in zekere zin op voortbouwt. In de oorspronkelijke joodse bijbel sluit Maleachi het geheel van de Profeten af, die op de Thora volgen. In de Hebreeuwse bijbel komen dan echter nog de Geschriften. Het woord Maleachi is geen eigennaam zoals bijvoorbeeld Jesaja. Het woord betekent gewoon mijn bode (zie Maleachi 3,1) en slaat op een door God te zenden persoon. Dit maakt deel uit van de boodschap van het boek. Die gezondene zou een profeet kunnen zijn. De auteur of profeet van het boekje is verder onbekend. Dit werkje werd blijkbaar geschreven tussen 480 en 460 v.Chr. dat wil zeggen in de tijd tussen de herbouw van de tempel (515 v.Chr.) aan de ene kant en de komst van Ezra en Nehemia (458 en 445 v.Chr.) aan de andere kant. In die tussentijd is de toestand van de eredienst in de pas herbouwde tempel te Jeruzalem erg slecht en de situatie van het volk is niet beter. Er heerst grote teleurstelling na de aanvankelijke vreugde van de terugkeer uit de Babylonische ballingschap.

Drie thema's uit het boek Maleachi willen wij in hetgeen volgt tot ons laten spreken. Die drie onderwerpen zijn ook onderling met elkaar verbonden. Hoe worden de inwoners van Jeruzalem in hun benarde situatie toen, en hoe worden ook wij nu, door de boodschap van het boekje opgebeurd en getroost? Wij moeten het eerst hebben over de profeet Elia. Hij wordt één enkele keer in het voorlaatste vers van ons boekje genoemd en dit vers heeft grote gevolgen. Op basis van die enkele woorden ziet men in het klassieke Jodendom van het gebedenboek en de feesten, de profeet Elia als de voorloper en de wegbereider van de Messias zoon van David. Aan het einde der tijden zal eerst Elia verschijnen en hij zal zeggen dat de Messias op komst is, zodat iedereen zich kan klaarmaken voor de nieuwe tijd die aanbreekt. Tot de dag van vandaag toe verwacht het volk Israël tijdens de nachtelijke maaltijd van Pesach het verschijnen van de profeet Elia. Want de Messias zal zijn volk komen bevrijden in de nacht van de eerste bevrijding, de uittocht uit Egypte, die gevierd wordt tijdens het feest van Pesach.
Op het niveau van de opbouw van de Hebreeuwse bijbel moet hier nog iets belangrijks aan toegevoegd worden. Wij hebben gezien dat de profetische boeken uitlopen op Maleachi, maar wij moeten dit nu verduidelijken. Zij lopen uit op de profeet Elia, waarvan men het leven kent, maar die aan het einde der tijden zal weerkeren. Men kijkt naar hem uit in de toekomst, hij is geen dode en begraven onbelangrijke figuur uit het verleden. Hij komt! Op dezelfde wijze moet men ook denken over de Thora, de eerste vijf boeken van de bijbel. Zij lopen uit op het boek Deuteronomium dat eindigt met de dood van Mozes. Maar ook Mozes ligt niet als een verouderde en vergeten figuur achter de joden in het verleden. God belooft een nieuwe Mozes voor de toekomst (Deuteronomium 18,15-18 en 34,10). Zowel Mozes - die ten andere ook aan het einde van Maleachi genoemd wordt - als Elia, omsluiten en omarmen zo als het ware het volk Israël. Beide horen zij bij het verleden, maar worden verwacht in de toekomst. Zij zijn dus springlevend.
In dezelfde geest, maar met heel eigen christelijke toepassingen, vindt men dit alles terug in het Nieuwe Testament. De profeet Elia, met kleding en al, verschijnt er onder de gedaante van Johannes de Doper, wat betekent dat na hem de Messias komt. Verder zien wij op de zeer mysterieuze berg der verheerlijking Jezus spreken uitgerekend met niemand minder dan Mozes en Elia. Zij kennen beter dan wie ook Gods geheimen van verleden en toekomst, zoals deze vervat zijn in de Thora en de Profeten. Met hen spreekt Jezus op een geheimzinnige wijze bij de transfiguratie.

Het tweede thema dat een belangrijke plaats inneemt in het boek Maleachi is de eredienst van de tempel te Jeruzalem. In christelijke middens, vooral van de protestantse familie, neemt men nogal eens een anticultische houding aan. Men vindt dat een eredienst in een tempel gepaard gaande met offers van dieren, iets is wat vroeger misschien kon, maar nu zeker voorbijgestreefd en achterhaald is. Cultus in het algemeen wordt ervaren als iets primitiefs. Beschaafde en ontwikkelde mensen doen daar niet aan mee. Wanneer men dit zo stelt, dan meent men zich voor deze houding te kunnen beroepen op de profeten van Israël. Ook zij - zo beweert men - wilden eigenlijk liefst de cultus afschaffen om in de plaats daarvan sociale rechtvaardigheid en goed doen te propageren. Bij deze redenering dient nog een andere factor gevoegd. Reeds in het Nieuwe Testament zelf, ziet men hier en daar dat de dood van Jezus beschouwd wordt als een soort vervanging van de offers in de tempel. Dit betekent impliciet dat voor christenen de tempelcultus als achterhaald en zinloos beschouwd kan worden. Kan men dit inderdaad allemaal zo simpel stellen? Of heeft men met bepaalde vormen van christelijke apologetiek te doen. Maar waarom zou men zich tegen bepaalde facetten van het zogenaamde Oude Testament en het jodendom moeten verdedigen? Apologetiek maakt het echte luisteren en het echte verstaan onmogelijk, ook van de Heilige Schriften. Apologetiek luistert nooit, maar dringt de eigen mening aan anderen op, zelfs aan de Heilige Schriften. De apologetiek leeft uit conflicten en bestendigt en verergert deze conflicten.
De profeet achter het boekje Maleachi kan ons helpen alvast een deel van genoemde visie te corrigeren. Wij zagen hoger dat in de tijd van deze profeet de cultus in de tempel te Jeruzalem nog niet lang hersteld was. Maleachi, laat ons hem nu maar zo noemen voor het gemak, is daar blij mee. Hij zit helemaal op de golflengte van de profeten Haggai en Zacharia die een paar tientallen jaren eerder geprofeteerd hadden om de tempel te herbouwen. De drie profeten staan dus niet negatief, maar juist positief tegenover de cultus. Wel is het zo dat Maleachi allerlei aan die eredienst in de tempel verbeterd wil zien. De priesters doen het namelijk niet goed. Het hele eerste deel van het boek Maleachi (1,1-2,9) handelt dan ook over de priesters als de bedienaars van die eredienst. Zij maken deel uit van het verbond van God met Levi. Zij moeten de offerdienst verzorgen, maar ook onderricht geven daar zij de vereiste kennis bezitten; zij moeten als boodschappers Gods fungeren. Maar zij brengen er niets van terecht. Zij nemen hun taak niet ter harte. Zij durven het zelfs aan om onreine offers te brengen aan God. Ook gebrekkige en zieke dieren! Dan volgt een heel stuk (2,9-17) dat handelt over sociaal onrecht. Men is partijdig bij het oordelen, de één verraadt de ander, men verstoot de vrouw van zijn jeugd, er zijn huwelijken met heidense vrouwen. In één woord, men doet het kwade. Hier ziet men duidelijk dat men bij de profeten het cultische niet tegen het sociale moet uitspelen en omgekeerd. Maleachi pleit voor een authentieke cultus en voor authentieke sociale verhoudingen. Beide zijn belangrijk en eigenlijk onlosmakelijk aan elkaar gekoppeld.
Het boekje Maleachi eindigt met een aankondiging van het oordeel van God. Hij keert naar zijn tempel terug om te oordelen. De zonen van Levi zullen dan gelouterd worden. God zal optreden tegen de tovenaars, de afgodendienaars; tegen hen die meineed plegen, die het loon van de arbeider verminderen, die weduwe en wees en inwijkeling verdrukken. Ook tegen hen die bedrog plegen met de tienden, zal God het hebben.
Alhoewel het boek zo afsluit met de gedachte van het komende oordeel Gods, eindigt het toch niet met vrees en beven in mineur. Een mooi beeld dat in dit verband gebruikt wordt is dat van de zon der gerechtigheid die genezing schenkt onder haar vleugelen. Voor twintigste-eeuwse oren klinkt de uitdrukking misschien gek, maar dat is ze allerminst. In bijbelse tijden bestond er in de meest verschillende godsdiensten en culturen een of andere vorm van zonneverering. Ons woord zon-dag herinnert daar nog aan. Men beeldde dan ook het meest schitterende hemellichaam graag uit als een schijf met twee grote vleugels en een korte staart. Deze vleugels moesten het zich verplaatsen van de zon aan het firmament uitbeelden. Zij vloog als een vogel. Soms gebruikte men ook het beeld van de zonnewagen of de zonneboot. Gevleugelde zonneschijven kan men bewonderen in het oude Egypte, Mesopotamië, Iran...
Voor de profeet Maleachi is het licht en de zon het symbool van de komende dag van het oordeel Gods. Vroeger, voor die dag, heerste eigenlijk de nacht of het halfduister waarin men het onderscheid tussen goed en kwaad niet echt kon zien. Maar daar komt nu met de zon eindelijk een einde aan. Men zal het verschil kunnen zien en dat wordt spannend. Hierbij heeft de zon op die oordeelsdag een dubbele functie, juist zoals zij in de zomer aan het strand kan verbranden of weldoend doen bruinen. De zon die brandend wordt als een oven, betekent het oordeel over de goddelozen. Zij zullen branden als stro en wortel noch tak zal gespaard worden. Wij kennen maar al te goed de beelden van de bosbranden tijdens de droge zomers. Alles moet er aan geloven.
Maar voor degenen die God dienen wordt de zon de exponent van hun behoud. Want die zon is de zon der gerechtigheid, niet der corruptie. En er is meer, de vleugels van de zon schenken genezing. Er staat letterlijk in haar vleugels, maar men zal dit wel moeten verstaan als onder haar vleugels. De zonnevogel beschermt zijn kroost onder zijn vleugelen. Die bescherming geeft genezing van de wonden en kneuzingen opgelopen in de oude corrupte wereld, die nu gelukkig voorbij is. Alles wordt nu nieuw en goed, dankzij die zon der gerechtigheid. Zo worden de inwoners van het verre oude Jeruzalem, maar ook wij hier en vandaag, opgebeurd en getroost door de profeet. God concreet dienen in de eredienst en door sociale rechtvaardigheid, is niet zinloos. Het lijkt misschien wel zo, omdat wij nog leven in het halfduister. Maar als straks de zon der gerechtigheid aan de horizon opgaat, zal de ware betekenis der dingen duidelijk worden. Dan komt er voor de oprechte dienaren van God, genezing en behoud onder de vleugels van de zon.

Bron: Ds. G. Willems


Terug naar boven
Verenigde Protestantse Kerk in België
Brogniezstraat, 44
B, 1070 Brussel
T: 02 511 44 71
Neem contact op

Franstalige versie: protestanet.be