Protestantse Kerken België

 contact |  over ons |   organigram

Het verhaal van de verbrande bijbel

Bijbelse verhalen verteld voor kinderen
Thema: Strijden tegen kwade geesten
Efeze 6: Strijden tegen duistere machten in de lucht

Bijbeltekst (NBV)

Efeziërs 6

1 Kinderen, wees gehoorzaam aan je ouders uit ontzag voor de Heer, want zo hoort het. 2 ‘Toon eerbied voor uw vader en moeder,' dat is het eerste gebod waaraan een belofte verbonden is: 3 ‘Dan zal het u goed gaan en zult u lang leven op aarde.' 4 Vaders, maak uw kinderen niet verbitterd, maar vorm en vermaan hen bij het opvoeden zoals de Heer dat wil.
5 Slaven, gehoorzaam uw aardse meester zoals u Christus gehoorzaamt, met ontzag, respect en oprechtheid; 6 niet met uiterlijk vertoon om bij de mensen in de gunst te komen, maar als slaven van Christus die van harte alles doen wat God wil. 7 Doe uw werk met plezier, alsof het voor de Heer is en niet voor de mensen, 8 want u weet dat allen door de Heer beloond worden voor het goede dat ze doen, zowel slaven als vrije mensen. 9 Meesters, behandel uw slaven op dezelfde manier. Laat dreigementen achterwege, want u weet dat zij en u dezelfde Heer in de hemel hebben, en dat hij geen onderscheid maakt.

10 Ten slotte, zoek uw kracht in de Heer, in de kracht van zijn macht. 11 Trek de wapenrusting van God aan om stand te kunnen houden tegen de listen van de duivel. 12 Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen. 13 Neem daarom de wapens van God op om weerstand te kunnen bieden op de dag van het kwaad, om goed voorbereid stand te kunnen houden. 14 Houd stand, met de waarheid als gordel om uw heupen, de gerechtigheid als harnas om uw borst, 15 de inzet voor het evangelie van de vrede als sandalen aan uw voeten, 16 en draag bovenal het geloof als schild waarmee u alle brandende pijlen van hem die het kwaad zelf is kunt doven. 17 Draag als helm de verlossing en als zwaard de Geest, dat wil zeggen Gods woorden.
18 Laat u bij het bidden leiden door de Geest, iedere keer dat u bidt; blijf waakzaam en bid voortdurend voor alle heiligen. 19 Bid ook voor mij, dat mij de juiste woorden gegeven worden wanneer ik verkondig, zodat ik met vrijmoedigheid het mysterie mag openbaren van het evangelie 20 waarvan ik gezant ben, ook in de gevangenis. Bid dat ik daarbij zo vrijmoedig spreek als nodig is.

21 Opdat ook u weet hoe ik het maak, zal Tychikus, onze geliefde broeder, die zo trouw de Heer dient, u alles vertellen. 22 Juist met dit doel stuur ik hem naar u toe, om u over onze omstandigheden in te lichten en om u moed in te spreken. 23 Vrede zij met de broeders en zusters, en liefde en geloof, van God, de Vader, en van Jezus Christus, de Heer. 24 Genade en onvergankelijkheid zij met allen die onze Heer Jezus Christus liefhebben.

Verhaal

Bijbels verhaal voor kinderenWij zaten in de kerk bij ds. Geurs, het was eindelijk zo'n zondag dat de zon niet meer scheen, en stapelwolken langs de ramen dreven. Wij hadden gelezen uit een zendbrief van Paulus, uit Efz. 6 dat wij moeten strijden tegen de macht van de Duisternis en de onreine geesten in de lucht. Hij zei in zijn preek dat hij zag dat wij lachten om die uitdrukking: onreine geesten in de lucht. Jullie vinden dat bijgelovig, zeker, zei hij.
Toen vertelde hij het verhaal van de verbrande Bijbel.

Ds. Geurs zei, dat hij er zelf bij was geweest, en dat hij die verbrande Bijbel in zijn handen had gehad. Het was op Aruba, dat eiland van de Antillen waar hij heeft gewoond. Daar stond een kapel waar op zondag door zijn collega diensten werden gehouden. Dat was in een arme buurt, vlak bij de stad San Nicholas. Die collega was een heel grote, zwarte man.
Ik speelde soms in mijn vrije tijd daar op het orgel. Het is een mooi instrument, hij had mij de sleutel gegeven, zodat ik er altijd in kon, als ik eens in de buurt was. Op een keer tref ik hem bezig met een emmer en zeepsop. Hij zegt tegen mij: "Collega Geurs, er hangt hier iets in de lucht dat niet deugt. Ze hebben een ruit ingegooid en vuil naar binnen geworpen. En dat in een kerk, vind je dat niet erg".
"Het zijn vast kwajongens uit The Village", zei ik. Dat was een wijk voor de allerarmsten.
"Mogelijk, zei hij, maar zoiets doe je niet. Ik zou hier moeten gaan slapen, maar dat kan niet, ik heb meer werk te doen, ik ben geen nachtwaker".

Ik vond dat hij gelijk had. Maar toen ik er na een tijdje weer ging, omdat ik in de buurt was en orgel wilde spelen, stond de hoofddeur wijd open, en hij stond erin - met een oude Bijbel die was verbrand. En een houten kist. Een prachtige, oude Bijbel was het geweest, zo een met koperen sloten. Hij liet hem mij zien, het huilen stond hem nader dan het lachen. "Geurs, kijk toch eens. Nu hebben ze brand in de kerk gesticht. Ook op de Avondmaalstafel, waar deze Bijbel altijd ligt. Daar is nu een grote brandvlek. En deze Bijbel is aan de hoeken helemaal verbrand, die kan ik niet meer gebruiken!"
Hij schoof de kist naar voren met zijn voet, en legde de Bijbel erin. "Wat ga je doen, wilde ik weten".
"Begraven, zei hij, achter in de tuin, want wat moet ik anders? Weggooien mag je een Bijbel niet., het is immers het Woord van God!"

Ik kreeg een idee, want ik zag hoe verdrietig hij was, en hoe alleen. Ik zei tegen hem: "Dit kan je nog doen, beste collega. Je stoft die Bijbel wat af, zodat het as eraf valt, en dan poets je het leer van de kaft mooi op, en je wrijft het koper. En als het dan zondag is, en de mensen zitten in de kerk, dan neem je die Bijbel in je armen, en je leest eruit voor. Net als altijd, en dat blijf je doen, dan kan iedereen zien dat het Woord van onze God nooit vergaat. Wat zeg je daarvan?"
Hij zei niets, hij staarde mij aan met open mond. Toen bukte hij, pakte de Bijbel op, en wreef met zijn mouw aan de hoeken. Een kleine regen van stof en as viel op de grond aan zijn voeten.. Toen lachte hij weer, die grote, zwarte man, hij legde zijn arm om mijn schouder. En hij zei, daar in de deur van zijn kerk in de taal van zijn land: "Esaki ta un consejo di oro, mi ruman!" Collega, dat is een gouden raad!

Hij wreef op het leer, hij poetste het koper, de hoeken borstelde hij af, en toen het weer zondag was en de mensen zaten in de kerk, nam hij zijn Bijbel in de armen, en hij las daaruit voor de boodschap van de Heer. ‘Wast u, reinigt u, doet de boosheid van uw handelingen voor mijn aangezicht weg'. Dat is een woord van Jesaja, zei hij. En de mensen hoorden hem spreken over de boosheden in de lucht, en ze zeiden na afloop: Dominee, had dat maar eerder gezegd, dan hadden wij 's nachts wel de wacht kunnen houden. U kunt toch niet alles alleen?
En ze hebben gebeden voor de mensen die kerken in brand steken en andere gebouwen, en die nergens in geloven. En ze zeiden: Natuurlijk, we moeten strijden tegen de macht van de Duisternis, zoals we uit die verbrande Bijbel hebben gehoord. En dat zullen wij doen in ons gebed. En daarna zullen wij eens in The Village gaan kijken of wij de schuldige kunnen vinden!

Dat zei ds. Geurs allemaal in zijn verhaal, want voordat je iemand kunt vergeven, moet je wel weten wie het is. En soms moet je hem aan zijn kraag bij de feiten slepen.
Nu ben ik een catechisant, die dit schrijf, maar ik ben het daar best wel mee eens. Ze hebben mij laatst op school de bodem uit mijn rugtasje gesneden. Er zat alleen een Woordenlijst in van de Nederlandse Taal. Hoe vind je dat. En die hebben ze niet verbrand.

Bron: Harmen Geurs D.D., Kollum, Friesland


Terug naar boven
Verenigde Protestantse Kerk in België
Brogniezstraat, 44
B, 1070 Brussel
T: 02 511 44 71
Neem contact op

Franstalige versie: protestanet.be