Meditaties en studies voor een heel kerkelijk jaar, door Gerard F. Willems
Week 5 van het kerkelijk jaar (Kerstfeest)
Matteüs 2,1-18 • 1Makkabeeën 4,48-59 •
Hoe zal men de diepste betekenis van het Kerstfeest omschrijven? Hoe zal men dat feest uit de donkerste periode van het jaar kenmerken? Is het Kerstfeest een uitgesproken kinderfeest? Het gaat immers om een geboorte en om een kind in een kribbe. Alle kinderen van de wereld komen er eigenlijk rond staan. En zij zingen daar allerlei mooie liederen. Zij krijgen dan ook nog allemaal cadeautjes. Of zal men het Kerstfeest eerder als een familiefeest typeren? Het is eigenlijk het meest uitgesproken familiefeest van het jaar, het wordt thuis gevierd, nergens anders. De families komen samen en eten lekkere dingen. Men wil eigenlijk de banden die in de loop van het jaar los zijn geraakt, vooral door het moderne drukke leven, weer nauwer aanhalen. De conflicten worden bijgelegd, de groepsgeest wordt hersteld en de vrede is weer van de partij... Ongetwijfeld zitten al deze dingen in het Kerstfeest, en dat is ontegensprekelijk positief en goed. Maar geeft dit alles ook de kern van de zaak weer? Wij willen proberen duidelijk te maken dat het bij het Kerstfeest in wezen gaat om iets zeer dieps en fundamenteels dat alle mensen aanbelangt op verschillende niveaus. Kerstfeest is niets minder of meer dan: leven uit de dood.
Dat leven uit de dood waar het in het Kerstfeest om te doen is, is eerst en vooral een algemeen menselijk iets. De geboorte van een kind, maar vooral de geboorte van een eerste kind, betekent voor ieder koppel dat er een nieuwe toekomst opengaat. Al het werk en de inspanningen van de vader en de moeder, al hun bezig zijn en hun zorgen, hebben voortaan niet alleen zin voor henzelf, maar ook en vooral voor hun kind. Dankzij het kind zal het doen en het laten van de ouders niet verloren gaan, maar voortgezet worden, zelfs na hun dood. In het kind, en dankzij het kind, leven de ouders eigenlijk voort. Negatiever omschreven zou men kunnen zeggen dat de volwassen generatie ten dode opgeschreven is, zij is in wezen een stervende generatie. Voor hen betekent de geboorte van hun kind dus: leven uit de dood.
Dit alles geldt uiteraard ook voor families uit de bijbel. Een aantal verhalen uit de Schriften werpt evenwel extra licht op dit feit, door de beschrijving die het geeft van de omstandigheden van de geboorte. Deze omstandigheden worden namelijk als dodelijk getekend. Een mooi voorbeeld is de geboorte van Mozes. Omdat hij tot het joodse volk behoort moet hij zoals alle zoontjes der Hebreeën in de Nijl verdronken worden. Hij heeft geen recht op bestaan, geen recht van leven. Hij brengt het er echter levend af en wordt zelfs aan het hof van de farao opgevoed (zie Exodus 1,22-2,6). Een ander voorbeeld is de kleine prins Joas. Wanneer de hele koninklijke familie wordt uitgemoord door de heidense Atalja, de dochter van de even heidense Izebel, kan hij verstopt worden in de tempel. Later zal hij als joodse koning de troon bestijgen (zie 2Koningen 11,1-4 en 12). Men kan ook denken aan de geheimzinnige zoon die de vreemde naam Immanuël draagt en die geboren wordt tijdens het beleg van Jeruzalem. Hij wordt geboren in een dodende situatie, maar waarborgt als het ware de bevrijding van de heilige stad, die inderdaad ook plaatsvindt (zie Jesaja 7,1-4 en 10-16). Deze bijbelverhalen houden weliswaar reeds verband met het bijzondere van Gods openbaring, en zijn verbond met het volk Israël, en gaan zo dieper dan het algemeen menselijke.
Dat leven uit de dood waar het Kerstfeest ons over spreekt, heeft ook een kosmisch aspect. Dit leven uit de dood heeft namelijk te maken met het heelal en de sterren en planeten. Rond 25 december gaan de dagen immers weer langer worden. De dag wint het, vanaf dat ogenblik, van de nacht. De dag betekent eigenlijk de zon met zijn licht en zijn warmte. Deze zon geeft het leven aan de mensen en aan de hele natuur, wij kunnen niet zonder. Dit kosmische feit, dat de zon vanaf 25 december sterker wordt, werd door de oude Romeinen ervaren als een nieuwe geboorte van de centrale ster van ons systeem. Zij noemden die dag dan ook de geboortedag van de onoverwinnelijke zon. Ook andere volkeren kenden allerlei zonnefeesten rond het midden van de winter. De mens is immers volledig van haar afhankelijk voor zijn leven. De nacht en de duisternis betekenen eigenlijk de dood voor de mens en de natuur. Werd de zon niet telkens herboren, dan gingen wij allen ten onder in de eeuwige duisternis. Ook hiermee heeft onze kerstviering te maken. Kerstfeest is een lichtfeest, vandaar de kaarsen of lampjes aan de boom, vandaar zelfs de vier kaarsen van de adventskrans. Vanaf Kerstmis wordt het licht steeds sterker. Ook voor ons betekent dit krachtiger wordende licht: leven uit de dood.
Het bijbelse lichtenfeest, dat voor een deel met het Kerstfeest vergeleken kan worden, is het joodse feest van Chanukka. Het is het feest van de tempelvernieuwing dat op de 25e van de joodse maand kislev - deze maand overlapt voor een deel onze maand december - gevierd wordt. De gebeurtenis die op dit feest herdacht wordt, lazen wij in de lezing uit 1Makkabeeën. In het jaar 164 v.Chr. heroverde Judas de Makkabeeër de tempel van Jeruzalem op de hellenistische Syriërs, en reinigde hem van de afgoderij. Op de bewuste dag werd het heiligdom opnieuw door de priesters in gebruik genomen met een hele reeks offers. De Babylonische talmud vertelt hierbij het verhaal dat er slechts één kruik gevonden werd met reine olie voor de lampen van de kandelaar, wat normaal voor slechts één enkele dag volstond. Door een wonder werd de olie echter vermenigvuldigd, zodat de kandelaar van de tempel acht dagen lang brandde. Als teken van dit feest gebruiken de joden tot vandaag de Chanukka-kandelaar, die niet zeven maar negen armen met lampjes of kaarsen telt. Dit bijbelse lichtenfeest houdt duidelijk verband met de tempel, zodat men moet zeggen dat hier het leven uit de dood zijn oorsprong vindt in die tempel te Jeruzalem. Weer is het bijbelverhaal niet louter universeel en kosmisch, maar is het verbonden met de specifieke inhoud van de Heilige Schriften. Dit wil concreet zeggen, de God van Israël en zijn volk en zijn verbond.
Pas na deze dingen is het mogelijk om door te dringen tot de echte kern van het Kerstfeest volgens het Nieuwe Testament. De kernboodschap van Kerst kan men het beste aanduiden als heilshistorisch of Messiaans. Hiermee wil men zeggen dat de factor tijd een rol speelt. De geschiedenis is niet zomaar een onverschillige, oneindig horizontaal doorlopende lijn. De geschiedenis heeft volgens de christelijke - en een beetje anders ook volgens de joodse - overtuiging, een doel en kent een voltooiing. De lijn loopt naar iets, naar een buitengewone verwerkelijking. Vanuit deze basisovertuiging speelt al het vroeger gezegde mee en heeft het allemaal zijn betekenis. Maar zonder deze heilshistorische kern, dit Messiaanse hart, wordt al het voorgaande zinloos, of onderscheidt zich in ieder geval niet van het algemeen menselijke of kosmische. Het Nieuwe Testament heeft een geheel eigen grondhouding, die men nooit mag verwaarlozen, wil men er iets van verstaan.
Welnu, Jezus wordt gezien als de Messias, als de lang beloofde koning uit het geslacht van David. Deze zal de geschiedenis van God en Israël en de mensheid tot haar voltooiing brengen. Hij is de gezalfde van de eindtijd, hij doet het volmaakte tijdperk aanbreken voor de hele wereld... De geboorte van Jezus valt dan inderdaad ook te typeren als: leven uit de dood! De evangelielezing die wij kozen onderlijnt dit extra. Jezus is pas geboren en eigenlijk moet hij al direct sterven, samen met al die andere onschuldige kinderen van Betlehem. De heerszuchtige en achterdochtige Herodes de Grote wil alle mogelijke concurrenten uitschakelen. Herodes is een echt moderne figuur. Hij houdt aan de macht. Maar opnieuw waarschuwt God Jozef, en vader, moeder en kind vluchten naar Egypte. Dit is leven uit de dood. God is hier op een bijzondere manier bezig. Alhoewel men er eigenlijk nooit bij stilstaat, moet men hetzelfde zeggen over Jezus’ geboorte uit de maagd Maria. Zolang een maagd maagd blijft, is zij onvruchtbaar, is haar schoot eigenlijk dood. En juist uit die dode schoot van Maria wordt Jezus geboren, ja, weer: leven uit de dood. God is op een speciale manier aan het werk. Het gaat om zijn Messias en om de nieuwe tijd, waarin de dood overwonnen zal worden, voor immer...
Joodse verhalen, zowel oude als moderne, laten dit schrille contrast tussen dood en leven in verband met de geboorte van de Messias, scherp uitkomen. Deze verhalen kunnen ons helpen de evangeliën als nieuw te lezen, want wij denken maar al te makkelijk dat wij ze kennen en verstaan. En dit is zeker niet het geval, ze zijn voor ons enkel zeer versleten! Het spreekt hierbij vanzelf dat het jodendom - voor wie Jezus niet de Messias is - hierbij steeds denkt aan een nog onbekende Messiaanse figuur. Eerst nemen wij een geschiedenis over uit de laatste wereldoorlog.
Tijdens de Nuernbergse processen tegen de oorlogsmisdadigers verscheen als getuige een [joodse] man, die een tijd lang in een graf van een joodse begraafplaats in Wilna [of Vilno in Litouwen] had geleefd. Het was de enige schuilplaats, waar hij - en vele anderen - konden leven, nadat ze aan de gaskamer waren ontsnapt. Gedurende deze tijd schreef hij gedichten, en een er van was de beschrijving van een geboorte... In een graf, vlak in zijn omgeving, baarde een jonge vrouw een zoon. De tachtigjarige doodgraver, in een lijkwade gehuld, hielp bij de geboorte. Toen het pasgeboren kind zijn eerste schreeuw uitstiet, bad de oude man: ’Grote God, hebt Ge eindelijk de Messias tot ons gezonden? Want wie anders als alleen de Messias zou in een graf geboren kunnen worden?’ Drie dagen later zag de man, hoe het kind de tranen van zijn moeder dronk, daar ze hem geen melk kon geven. (1)
Midden in de verschrikking van de dood wordt de Messias geboren en breekt de nieuwe tijd aan, zo ziet het de oude doodgraver. Een zeer merkwaardige oude joodse tekst (Klaagliederen Rabba I,16,51) zit eigenlijk op dezelfde golflengte, maar in onderdelen is het toch weer heel anders. De tekst vertelt over een joodse boer die op een dag verneemt dat de tempel van Jeruzalem verwoest is (in 70 n.Chr.?). Later hoort hij, op dezelfde dag, dat de Messias geboren is. Deze draagt de naam Menachem, wat betekent trooster, en hij is een zoon van een zekere Hizkia. Tenslotte komt hij er achter dat de geboorte plaatsgevonden heeft te Betlehem in Juda. Om de Messias te zien besluit de boer, koopman van kinderkleertjes te worden. Zo trekt hij van stad tot stad. Wanneer hij te Betlehem komt, vraagt hij aan de moeder van Menachem om het kind te zien. Zij vertelt hem echter dat een stormwind het heeft meegevoerd en dat het sindsdien verdwenen is. De koopman spreekt haar evenwel moed in en zegt: Zoals de geboorte van Menachem samenviel met de verwoesting van de tempel, zo zal zijn terugkomst uit de geheime schuilplaats, samenvallen met de herbouw van de tempel van Jeruzalem. Men ziet het hier duidelijk, de Messias wordt geboren wanneer de tempel verwoest wordt en het joodse volk samen met zijn God dreigen ten onder te gaan. De terugkeer van de spoorloze Messias, betekent evenwel het aanbreken van de heilstijd met de nieuwe tempel.
Voor ons, christenen, is de zin van het Kerstfeest: leven uit de dood. Dit houdt in dat Jezus’ geboorte uit de dood, reeds verwijst naar zijn opstanding op de Paasmorgen, en dat deze verrijzenis op haar beurt, weer verder wijst naar de tijd wanneer de dood voor allen definitief overwonnen zal zijn. Dit zal werkelijkheid worden wanneer God ten volle over de wereld zal regeren.
Bron: Ds. G. Willems
Voetnoot
(1) Dit verhaal kan men vinden in een preek van Paul Tillich in, H.J.Schultz (ed.), Een kind is ons geboren, kerstpreken uit de 4e tot de 20e eeuw, Baarn 1966, p.140.
Franstalige versie: protestanet.be