Protestantse Kerken België

 contact |  over ons |   organigram

Piepschuim

Bijbelse verhalen verteld voor kinderen
Thema: De gevolgen van kwaad doen
Genesis 11: Torenbouw van Babel

Bijbeltekst (NBV)

Genesis 11

1 Ooit werd er op de hele aarde één enkele taal gesproken. 2 Toen de mensen in oostelijke richting trokken, kwamen ze in Sinear bij een vlakte, en daar vestigden ze zich. 3 Ze zeiden tegen elkaar: ‘Laten we van klei blokken vormen en die goed bakken in het vuur.' De kleiblokken gebruikten ze als stenen, en aardpek als specie. 4 Ze zeiden: ‘Laten we een stad bouwen met een toren die tot in de hemel reikt. Dat zal ons beroemd maken, en dan zullen we niet over de hele aarde verspreid raken.' 5 Maar toen daalde de HEER af om te kijken naar de stad en de toren die de mensen aan het bouwen waren. 6 Dit is één volk en ze spreken allemaal een en dezelfde taal, dacht de HEER, en wat ze nu doen is nog maar het begin. Alles wat ze verder nog van plan zijn, ligt nu binnen hun bereik. 7 Laten wij naar hen toe gaan en spraakverwarring onder hen teweegbrengen, zodat ze elkaar niet meer verstaan. 8 De HEER verspreidde hen van daar over de hele aarde, en de bouw van de stad werd gestaakt. 9 Zo komt het dat die stad Babel heet, want daar bracht de HEER verwarring in de taal die op de hele aarde gesproken werd, en van daar verspreidde hij de mensen over de hele aarde.

10 Dit zijn de nakomelingen van Sem. Toen Sem 100 jaar oud was, verwekte hij Arpachsad, twee jaar na de zondvloed. 11 Na de geboorte van Arpachsad leefde Sem nog 500 jaar. Hij verwekte zonen en dochters.
12 Toen Arpachsad 35 jaar was, verwekte hij Selach. 13 Na de geboorte van Selach leefde Arpachsad nog 403 jaar. Hij verwekte zonen en dochters.
14 Toen Selach 30 jaar was, verwekte hij Eber. 15 Na de geboorte van Eber leefde Selach nog 403 jaar. Hij verwekte zonen en dochters.
16 Toen Eber 34 jaar was, verwekte hij Peleg. 17 Na de geboorte van Peleg leefde Eber nog 430 jaar. Hij verwekte zonen en dochters.
18 Toen Peleg 30 jaar was, verwekte hij Reü. 19 Na de geboorte van Reü leefde Peleg nog 209 jaar. Hij verwekte zonen en dochters.
20 Toen Reü 32 jaar was, verwekte hij Serug. 21 Na de geboorte van Serug leefde Reü nog 207 jaar. Hij verwekte zonen en dochters.
22 Toen Serug 30 jaar was, verwekte hij Nachor. 23 Na de geboorte van Nachor leefde Serug nog 200 jaar. Hij verwekte zonen en dochters.
24 Toen Nachor 29 jaar was, verwekte hij Terach. 25 Na de geboorte van Terach leefde Nachor nog 119 jaar. Hij verwekte zonen en dochters.
26 Toen Terach 70 jaar was, verwekte hij Abram, Nachor en Haran.

27 Dit is de geschiedenis van Terach en zijn nakomelingen. Terach verwekte Abram, Nachor en Haran. Haran verwekte Lot; 28 hij stierf nog tijdens het leven van zijn vader Terach, in Ur, een stad van de Chaldeeën, in zijn geboorteland. 29 Abram en Nachor trouwden allebei. Abrams vrouw heette Sarai, Nachors vrouw heette Milka; zij was een dochter van Haran, die naast Milka nog een dochter had, Jiska. 30 Sarai was onvruchtbaar, zij kreeg geen kinderen. 31 Terach verliet Ur, de stad van de Chaldeeën, en nam zijn zoon Abram met zich mee, evenals zijn kleinzoon Lot, de zoon van Haran, en zijn schoondochter Sarai, Abrams vrouw. Samen gingen ze op weg naar Kanaän. Maar toen ze in Charan waren aangekomen, bleven ze daar wonen. 32 Terach leefde tweehonderdvijf jaar. Hij stierf in Charan.

Verhaal

Bijbelverhaal voor kinderenWij zaten in de kerk, en we kregen het over verkeerde keuzes die je maakt. Dat je besluit met een vriend in zee te gaan, en het wordt niks, wat niemand verbaast behalve jezelf, of dat je gaat verhuizen en dat wordt een miskleun, en ga zo maar voort.
En toen zei mijn vriendin: "Ja, en soms heeft dat gevolgen waar je jaren later nog mee zit".
Zeg ik tegen haar: "Klopt. Dat ik je vriendin ben, bijvoorbeeld!"

Toen vertelde dominee Geurs het verhaal van het piepschuim. Hij vond dat een goede opstap naar zijn preek, want hij wilde het hebben over de torenbouw in Babel, en de narigheid die daaruit voortkwam. "Hadden ze daar dan al piepschuim, in Babel", vroeg een van die domme jongetjes, let eens op: die zitten altijd op de voorste rij. Mijn vriendin en ik zitten altijd achter in de kerk, natuurlijk.

Dus dat verhaal van het piepschuim. Ik heb aantekeningen gemaakt op mijn laptop, het ging als volgt.
"Ik liep", zei dominee Geurs, op een vroege morgen met mijn hondje langs het Albertpark in Gent. Daar woonde ik vlak bij, en met al die bomen en struiken, dat was fijn voor het hondje. Voor mij ook, maar dat was om een andere reden.
Wij liepen daar zo'n beetje, en wat zag ik. Op de rijbaan die van de viaducten komt, en de stad ingaat, lag een doos. Het had geregend, die nacht, en de doos was van karton, dus die was helemaal doorweekt en lag slap en languit op het asfalt. Aan de sporen kon je zien, dat vroege auto's er rakelings omheen waren gereden, Want je weet maar nooit.

Maar er zat een bult in, en een flinke dikke. Het was piepschuim. Een doos vol piepschuim, allemaal kleine blokjes. Een hele stroom was aan de ene kant op het asfalt gevallen, en de wind was nu bezig die weg te blazen, alle kanten uit. Ik zag op de terugweg dat er zelfs al kleine witte blokjes lagen op het paard waar koning Albert op zit. Piepschuim voor de koning. En het heeft zo'n rare onnatuurlijke witte kleur, die zie je overal meteen.
"Bah", zeg ik tegen mijn hond, jij laat dingen vallen in het park, maar dat mag, daar is dat park ook voor, maar wat die mannen van die vrachtwagen hebben gedaan, dat mag niet, moet je eens kijken!

Ja kinderen, ik was behoorlijk geërgerd, ik vergat dit voorval niet, maar ik vond het niks om daar een verhaal van te maken.
"Maar nu toch zeker wel", zegt datzelfde domme joch op de voorste rij, hij heet Blaise, maar geen familie van Pascal, dat vast niet.
"Zeker en vast", zegt dominee Geurs, want weet je wat. Dit wat ik jullie vertel is twintig jaar geleden. Deze week wandelde ik toevallig weer langs het Albertpark, en opeens zag ik in gedachten die doos weer liggen, en zag ik de wind blazen in het piepschuim. Er zal toch niet toevallig nog ergens zo'n blokje liggen, zeg ik tegen mijzelf. En dan ga je zoeken, ook al weet je dat je waarschijnlijk niets vindt.

Ik loop dus langs het ruiterbeeld van de koning. Daar zit hij majesteitelijk hoog op zijn paard en kijkt van onder zijn helm over mij heen naar de onzichtbare vijand. Geen piepschuim te zien, de wind heeft dat allang voor hem weggewaaid.
Langs het opberghok dan van de plantsoenendienst, daar ligt altijd een hoop dorre bladeren achter. Porren met een stok. Geen piepschuim dus. "Hoe zal dat ook kunnen", zeg ik hardop, na twintig jaar!
"Na twintig jaar", zegt een man met een hond, die in de bladeren snuft, kan je een goede vriend terugvinden, dat is mij overkomen! En wie of wat zoekt u?
"Piepschuim", zeg ik, zoek ik. Hij keek of ik een patiënt was, ontsnapt uit een kliniek, en liep gelukkig door. "Nog even langs de struiken, zeg ik tegen mijzelf, maar dan ga ik naar huis!"
Ik loop dus langs de struiken - en wat vind ik daar. Een stukje piepschuim. Precies zo'n dobbelsteentje als er in die doorweekte doos zaten. Het lag tussen de wortels van een rododendron weggescholen. Maar zo gemeen wit als - nou ja, als alleen piepschuim maar is. En dat na twintig jaar.

"Dominee, is dat waar", zegt dat domme joch Blaise op de voorste rij.
"Moet je kijken", zegt dominee Geurs, en hij steekt zijn hand in zijn toga. En wat haalt hij daar uit? Het stukje piepschuim. Hij geeft het aan Blaise, en die geeft het door. Iedereen keurt en kijkt. "Piepschuim vergaat niet", zegt een deskundige, natuurlijk zit hij ook op de voorste rij.
"Iedereen", zegt mijn vriendin naast mij, kan een stuk piepschuim in zijn toga steken en dan zeggen: "Kijk eens wat ik vind!"
"Niet iedereen heeft een toga", zeg ik tegen haar. In een toga mag je niet liegen!
Ik zag dat ze haar mond wijd open deed om iets te zeggen, maar dat slikte ze in, want nu kreeg zij het stukje piepschuim in de hand. "Ja, verhip", zei ze, moet je kijken!.

"Kijk, kinderen", zei dominee Geurs, zo is het nu met alle kwaad. Het loopt achter je aan, het duikt op als je het 't minste verwacht. Net als piepschuim. Dacht je dat die chauffeur van twintig jaar geleden nog weet (gesteld dat hij nog leeft) dat er nog van zijn rommel aan de kant van de weg ligt? Toen hij dacht: wat kan het mij schelen, die doos, ik rijd lekker door? En denk je dat hij ooit heeft gedacht dat een dominee er een verhaal van zou maken, en dat hij zo, als Sofie haar best doet, op internet komt!?
"Nee, natuurlijk", zei de hele voorste rij., dat had hij nooit gedacht, vast niet!
"Zo is het met alle verkeerde dingen die wij doen, zei dominee Geurs. Die hebben gevolgen in ons leven. Ze maken je ongelukkig, soms je hele leven lang. Die man met die hond vond een vriend terug na twintig jaar. Maar je kunt ook piepschuim vinden, als je begrijpt wat ik bedoel.

Dominee Geurs keek rond. Wat is de conclusie, denken jullie? vroeg hij.

Ik, Sofie kreeg een inval. "De conclusie is", zeg ik, dat de mannen van de plantsoenendienst in geen twintig jaar onder die rododendron zijn geweest. En waarschijnlijk onder al die andere struiken ook niet!
Enorm gelach. "Sofie, hoe durf je", zegt mijn vriendin. Dus zij zegt om het goed te maken: "Je moet uitkijken wat je doet". Je moet gewoon geen rotzooi achterlaten in je leven. Je moet van je leven geen rotzooi maken, dat al helemaal niet!
"Helder en duidelijk", zei dominee Geurs, daar kunnen wij het mee doen, ik tenminste wel.

En ik probeer het zo helder en duidelijk op te schrijven als ik kan. Anders krijg ik ruzie met mijn vriendin.

Bron: Harmen Geurs D.D., Kollum, Friesland


Terug naar boven
Verenigde Protestantse Kerk in België
Brogniezstraat, 44
B, 1070 Brussel
T: 02 511 44 71
Neem contact op

Franstalige versie: protestanet.be