De vraag is heel makkelijk en heel moeilijk te beantwoorden.
Heel makkelijk, want de protestantse kerk baseert zich ook voor de vragen van goed en kwaad op de bijbel. De 10 geboden (te vinden in Exodus 20 en Deuteronomium 5) zijn heel duidelijk: Geen andere goden, niet altijd en alleen maar werken, je ouders respecteren, niet doodslaan, niet echtbreken, niet stelen etc..
In het Nieuwe Testament lezen we de samenvatting van alle geboden: God liefhebben en je naaste liefhebben als jezelf... Dat is dus duidelijk, maar ook heel moeilijk.
Want elke gelovige moet dan zelf beslissen wat dat dan precies en concreet in dit of dat geval betekent. Daarvoor moet je dus met elkaar gaan praten, goed nadenken, je verstand gebruiken en altijd maar weer jezelf afvragen: als ik nu dit doe, of dat ...wordt de liefde tot God daarmee gediend? wordt mijn naaste daar beter van? Calvijn en Luther wilden een mondige mens ! Dat geldt ook voor de strenge en de “evangelische” vleugel van de Protestanten die het wel eens zijn met de paus in zijn ethische standpunten over abortus, euthanasie en homofilie.
Een goede samenvatting gaf Albert Schweitzer:
“ Bij alles wat ik doe, moet ik me laten leiden door het principe : geen schade toebrengen aan het leven.
Of positief gezegd: het leven en de kwaliteit ervan moet ik proberen te bevorderen.”
Franstalige versie: protestanet.be